‘Niet of onvoldoende verwerkt’
Vanaf het eerste moment wist ik dat ik nooit over Allies dood heen zou komen, dat ik altijd verdriet om hem zou hebben, dat ons gezin nooit meer heel zou worden. (…) Rouwende ouders de boodschap meegeven dat er een tijd komt waarin we ons verlies ‘verwerkt’ hebben, houdt in dat we gefaald hebben wanneer verdriet blijft. Rouwende ouders zich slechter laten voelen dan ze al doen, daar hebben zij geen behoefte aan. (…) Uiteindelijk zullen de meeste wonden helen, zelfs heel diepe wonden, maar niet de dood van een kind.
Anne McCracken en Mary Semel[1]
Ondoordacht
Met de regelmaat van de seizoenen duikt hij telkens opnieuw weer op, die uitdrukking die eerder het onbegrip verwoordt van de spreker voor de situatie waarin iemand verkeert, dan een juiste inschatting ervan: zij heeft het niet kunnen ‘verwerken’, hij is er nooit ‘overheen gekomen’… Er zijn meer uitdrukkingen te bedenken die op hetzelfde neerkomen: hij is in zijn verdriet blijven hangen, zij heeft er geen plekje aan kunnen geven. Maar de term ‘verwerken’ is toch wel het populairst en ligt bij velen voor in de mond bij alle mogelijke en onmogelijke gelegenheden.
Begin januari van dit jaar overleed de voor vele voetballiefhebbers legendarische Feyenoorder Coen Moulijn. Vanzelfsprekend besteedden de media daar ruimschoot aandacht aan. In het programma Nieuwsuur zat een heel panel voetbaldeskundigen en vrienden van de overledene herinneringen op te halen en uit te leggen wat het buitengewone was aan het talent van deze bijzondere man.
Ook het grote verdriet in het leven van Moulijn kwam ter sprake, zijn zoon Raymond, geboren in 1963 met een open ruggetje, met wie hij een heel bijzondere en intense band had, was afgelopen augustus overleden. Zodra dat ter sprake kwam werd er aan toegevoegd dat hij de dood van zijn zoon niet heeft kunnen ‘verwerken’.
Ook de krant die dagelijks bij ons op de deurmat valt besteedt aandacht aan het overlijden van Moulijn. Het persoonlijke aspect van Moulijns verdriet om de dood van zijn zoon wordt hier eveneens belicht met de woorden: “Coen Moulijn heeft deze voor hem geweldige klap niet of onvoldoende kunnen verwerken.” (Cursief IW) Dezelfde ondoordachte bewoordingen.
Niet lastigvallen
Wat bedoelen de sprekers en schrijvers hier nu mee? Dat je amper vier maanden na de dood van je kind geen tekenen van verdriet meer zou mogen vertonen? Waar hebben ze het over? Ze hebben kennelijk geen flauw benul waarover ze spreken of schrijven. Kunnen ze in de verste verte niet vermoeden hoe dat inslaat in het leven van een ouder: de dood van een kind?
Het artikel in de krant eindigt met: “… Coen [stond] de afgelopen tijd bij thuiswedstrijden in de Kuip enigszins afgezonderd. Dat was niet vanwege het slechte spel van Feyenoord, daarover uit de mond van Moulijn nooit een onvertogen woord. Het was veeleer de heimwee naar zijn zoon die aan hem knaagde en waarmee hij de buitenwereld, bescheiden als hij nu eenmaal was, niet wilde en kon vermoeien.”[2]
Dat zegt veel over het karakter van een man als Coen Moulijn, maar ook dat hij aanvoelde hoe in de samenleving om ons heen meestal over rouw wordt gedacht, en dat velen niet met het verdriet van anderen geconfronteerd willen worden. Hoe vaak hebben we die verhalen ook binnen de vereniging vernomen? “De buitenwereld niet willen en kunnen vermoeien” is daarom misschien veel vaker een antwoord op de onwil van die buitenwereld om daarmee te worden lastig gevallen, dan een uiting van bescheidenheid van de rouwende. Of moet ik milder zijn in mijn oordeel en is er sprake van onmacht?
Libelle-psychologie
Populaire rouwtheorieën waarin wordt gesteld hoe rouw ‘behoort’ te verlopen helpen bepaald niet om begrip voor rouwenden in de samenleving te bevorderen. Eerder is er sprake van het omgekeerde. Vastomlijnde ideeën leiden er juist toe dat het onbegrip voor mensen met blijvend verdriet wordt vergroot.
Psychoanalytica Christa Widlund-Broer, bij de meeste mensen beter bekend onder haar schrijversnaam Anna Enquist, zei daarover:
“Kennelijk vinden mensen het te bedreigend om in te zien hoe verdriet echt werkt. Dus bedenken ze allerlei verhullende theoriexc3xabn over rouwfases waar je op een gegeven moment mee klaar moet zijn. Hele bibliotheken zijn erover volgeschreven, maar er klopt niets van.” [3]
Ze noemt dat Libelle-psychologie; veelgelezen bladen en veelbekeken tv-programma’s dragen in belangrijke mate bij tot het verbreiden van dit onbegrip, terwijl vaak het tegendeel wordt gesuggereerd door te stellen dat het hierdoor in de aandacht komt en ‘bespreekbaar’ wordt: het taboe wordt doorbroken. Ook soapseries zijn vaak middelen bij uitstek in het bijdragen aan het verspreiden van clichxc3xa9opvattingen over verdriet om de dood van familie of vrienden.
‘Verwerken’
Maar we helpen er zelf, als rouwende ouders, ook vaak aan mee het onbegrip en de vooroordelen in stand te houden. We gebruiken woorden als ‘verwerken’ en aanverwante uitdrukkingen vaak in onze eigen verhalen. Het schrijven van een boek of van gedichten, het meewerken aan een interview voor radio of tv of in een krant of tijdschrift, het aandacht vragen voor het verhaal en het kunnen vertellen daarvan: “heeft me enorm geholpen bij de verwerking”, hoor of lees ik dan vaak.
Maar wat bedoel je daar dan precies mee, vraag ik mij af. Gebruik die woorden en uitdrukkingen toch niet, denk ik dan, want ik vermoed dat degene die ze uitspreekt er iets heel anders mee bedoelt, dan de journalist die het registreert, en degene die het daarna hoort of leest er uit begrijpt. Want wat je ‘verwerkt’ gaat namelijk over, voorbij, wat ‘verwerkt’ is heb je achter je gelaten, daar heb je dan geen verdriet meer om. En dat brengt opmerkingen voort als: hij “heeft deze voor hem geweldige klap niet of onvoldoende kunnen verwerken.”
Afval verwerk je en rouw draag je, het verdriet reist altijd in een of andere vorm met mij mee, de rest van mijn leven.
Als na jaren mensen in je omgeving merken dat je nog verdriet hebt (soms al na vier maanden!), ook al is dat verdriet na verloop van tijd ‘milder’ geworden dan de haast ondraaglijke pijn die je in het begin hebt ervaren, dan klinkt al snel dat het verdriet nog steeds niet verwerkt is. En daar wordt dan duidelijk mee bedoeld: het is nog steeds niet ‘over’. Als het even wil krijg je ook nog het advies erbij om nu eindelijk maar eens ‘professionele hulp’ te gaan zoeken.
De getuigenissen van verdriet dat niet overgaat na de dood van een kind zijn er legio, in de verhalen die we elkaar als ouders vertellen, en in zowel de onderzoeksliteratuur als in de ervaringsverhalen worden beschreven.[4]
Ervaren
Het is mij wel kwalijk genomen dat ik daar zo vaak op wijs, maar ik denk dat het de kern is van het onbegrip dat in de samenleving bestaat rond rouw. Dat er verdriet is dat niet overgaat[5], want “wanneer je iemand verliest van wie je houdt verandert de wereld voorgoed, wanneer je kind sterft vergaat hij totaal: niets zal ooit meer hetzelfde zijn.”[6]
Verdriet hebben om de dood van mijn kind is levenslang, ook al is dat verdriet niet altijd van dezelfde intensiteit. Dat kan van dag tot dag verschillen. Ik heb bepaalde manieren ontwikkeld om met dat verdriet te kunnen leven. Ik hoor van anderen dat zij dat ook hebben, wat voor de een werkt doet dat voor de ander niet, of juist wel. En dat is de kracht van onze verhalen die we uitwisselen, van onze ervaringen die we met elkaar kunnen delen.
Zo vertelt Anna Enquist: “Elke dag studeer ik piano. Musiceren is de enige activiteit die mij volledig in beslag kan nemen. De drie belangrijkste menselijke vaardigheden – het verstand, de emoties en het fysieke lichaam – raken daar verknoopt. Die totale afleiding is voor mij een dagelijkse levensbehoefte geworden. Als ik bijvoorbeeld met vakantie ben en niet kan spelen, merk ik meteen dat het niet goed met me gaat. Dit verdriet heeft niets louterends en het blijft bij me. Je leert er hooguit mee leven.”[7]
Door ervaringen te delen kunnen we uitproberen of die van anderen ook voor ons werken. Zo niet dan zullen we andere strategieën moeten ontwikkelen om verder te kunnen leven met ons verdriet. Zo wel dan hebben we elkaar kunnen helpen door onze verhalen met elkaar te delen.
Maar vaak blijft het gevoel in een totaal andere wereld te leven dan ieder die dit verdriet niet kent. [8] En daar spreekt men kennelijk ook een andere taal, waardoor ze soms moeite hebben om onze verhalen op juiste waarde en betekenis te schatten. We zullen dus zorgvuldig moeten zijn in het kiezen van onze woorden wanneer we begrepen willen worden.
Heb ik hier nu gezegd dat iedere ouder van een overleden kind zijn leven lang verdriet moet hebben, net zoals ik dat ervaar? Nee, dat zeg ik niet, al kan ik mij niet voorstellen dat iemand dit verdriet ‘verwerkt’ heeft en dus geen verdriet meer heeft op enig moment van zijn of haar leven. Maar, en citeer nogmaals Anna Enquist:
“Je moet helemaal niks. Het verdriet is zoals het zich aan jou voordoet. Zoals jxc3xadj het doet, zxc3xb3 is het.”[9]
[1] Anne McCracken and Mary Semel (Ed.), A Broken Heart Still Beats. After Your Child Dies. Hazelden, Minnesota 1998. Blz. 261-265.
[2] Adri Vermaat, Moulijn was een man om van te houden. Trouw 5-1-2011.
[3] Interview in Psychologie Magazine april 2010: Mensen laten zich niet zomaar veranderen.
[4] Paul C. Rosenblatt, Parent Grief. Narratives of Loss and Relationship. Brunner/Mazel, Philadelphia P.A. 2000, blz. 116 e.v.; Dr. W. ter Horst, Nieuw licht. Over liefhebben, opvoeden en troosten. Kok, Kampen 1997, blz 116 e.v.; zie ook noot 1.
[5] Marinus van den Berg, Verdriet dat niet verdwijnt. Door-leven na de dood van een kind, broer of zus. Ten Have, Kampen 20072. Judith R. Bernstein, Als verdriet blijft. Overleven na het verlies van een zoon of dochter. Omega Boek, Diemen/Amsterdam 2000.
[6] Barbara D. Rosof, The Worst Loss. How Families Heal from the Death of a Child. Henry Holt and Company, New York 1994. Blz. 51.
[7] Interview in Psychologie Magazine april 2010: Mensen laten zich niet zomaar veranderen
[8] Paul C. Rosenblatt, Parent Grief. Narratives of Loss and Relationship. Brunner/Mazel, Philadelphia P.A. 2000. Blz.93 e.v.. Richard G. Tedeschi & Lawrence G. Calhoun, Helping bereaved parents. A clinicians guide. Brunner-Routledge, New York and Hove 2004. Blz. 7.
[9] Interview in Psychologie Magazine april 2010: Mensen laten zich niet zomaar veranderen
