Author Archives: taalvanrouw

‘Niet of onvoldoende verwerkt’

Vanaf het eerste moment wist ik dat ik nooit over Allies dood heen zou komen, dat ik altijd verdriet om hem zou hebben, dat ons gezin nooit meer heel zou worden. (…) Rouwende ouders de boodschap meegeven dat er een tijd komt waarin we ons verlies ‘verwerkt’ hebben, houdt in dat we gefaald hebben wanneer verdriet blijft. Rouwende ouders zich slechter laten voelen dan ze al doen, daar hebben zij geen behoefte aan. (…) Uiteindelijk zullen de meeste wonden helen, zelfs heel diepe wonden, maar niet de dood van een kind.

Anne McCracken en Mary Semel[1]

Ondoordacht

Met de regelmaat van de seizoenen duikt hij telkens opnieuw weer op, die uitdrukking die eerder het onbegrip verwoordt van de spreker voor de situatie waarin iemand verkeert, dan een juiste inschatting ervan: zij heeft het niet kunnen ‘verwerken’, hij is er nooit ‘overheen gekomen’… Er zijn meer uitdrukkingen te bedenken die op hetzelfde neerkomen: hij is in zijn verdriet blijven hangen, zij heeft er geen plekje aan kunnen geven. Maar de term ‘verwerken’ is toch wel het populairst en ligt bij velen voor in de mond bij alle mogelijke en onmogelijke gelegenheden.

Begin januari van dit jaar overleed de voor vele voetballiefhebbers legendarische Feyenoorder Coen Moulijn. Vanzelfsprekend besteedden de media daar ruimschoot aandacht aan. In het programma Nieuwsuur zat een heel panel voetbaldeskundigen en vrienden van de overledene herinneringen op te halen en uit te leggen wat het buitengewone was aan het talent van deze bijzondere man.

Ook het grote verdriet in het leven van Moulijn kwam ter sprake, zijn zoon Raymond, geboren in 1963 met een open ruggetje, met wie hij een heel bijzondere en intense band had, was afgelopen augustus overleden. Zodra dat ter sprake kwam werd er aan toegevoegd dat hij de dood van zijn zoon niet heeft kunnen ‘verwerken’.

Ook de krant die dagelijks bij ons op de deurmat valt besteedt aandacht aan het overlijden van Moulijn. Het persoonlijke aspect van Moulijns verdriet om de dood van zijn zoon wordt hier eveneens belicht met de woorden: “Coen Moulijn heeft deze voor hem geweldige klap niet of onvoldoende kunnen verwerken.” (Cursief IW) Dezelfde ondoordachte bewoordingen.

 

Niet lastigvallen

Wat bedoelen de sprekers en schrijvers hier nu mee? Dat je amper vier maanden na de dood van je kind geen tekenen van verdriet meer zou mogen vertonen? Waar hebben ze het over? Ze hebben kennelijk geen flauw benul waarover ze spreken of schrijven. Kunnen ze in de verste verte niet vermoeden hoe dat inslaat in het leven van een ouder: de dood van een kind?

Het artikel in de krant eindigt met: “… Coen [stond] de afgelopen tijd bij thuiswedstrijden in de Kuip enigszins afgezonderd. Dat was niet vanwege het slechte spel van Feyenoord, daarover uit de mond van Moulijn nooit een onvertogen woord. Het was veeleer de heimwee naar zijn zoon die aan hem knaagde en waarmee hij de buitenwereld, bescheiden als hij nu eenmaal was, niet wilde en kon vermoeien.”[2]

Dat zegt veel over het karakter van een man als Coen Moulijn, maar ook dat hij aanvoelde hoe in de samenleving om ons heen meestal over rouw wordt gedacht, en dat velen niet met het verdriet van anderen geconfronteerd willen worden. Hoe vaak hebben we die verhalen ook binnen de vereniging vernomen? “De buitenwereld niet willen en kunnen vermoeien” is daarom misschien veel vaker een antwoord op de onwil van die buitenwereld om daarmee te worden lastig gevallen, dan een uiting van bescheidenheid van de rouwende. Of moet ik milder zijn in mijn oordeel en is er sprake van onmacht?

 

Libelle-psychologie

Populaire rouwtheorieën waarin wordt gesteld hoe rouw ‘behoort’ te verlopen helpen bepaald niet om begrip voor rouwenden in de samenleving te bevorderen. Eerder is er sprake van het omgekeerde. Vastomlijnde ideeën leiden er juist toe dat het onbegrip voor mensen met blijvend verdriet wordt vergroot.

Psychoanalytica Christa Widlund-Broer, bij de meeste mensen beter bekend onder haar schrijversnaam Anna Enquist, zei daarover:

“Kennelijk vinden mensen het te bedreigend om in te zien hoe verdriet echt werkt. Dus bedenken ze allerlei verhullende theoriexc3xabn over rouwfases waar je op een gegeven moment mee klaar moet zijn. Hele bibliotheken zijn erover volgeschreven, maar er klopt niets van.” [3]

Ze noemt dat Libelle-psychologie; veelgelezen bladen en veelbekeken tv-programma’s dragen in belangrijke mate bij tot het verbreiden van dit onbegrip, terwijl vaak het tegendeel wordt gesuggereerd door te stellen dat het hierdoor in de aandacht komt en ‘bespreekbaar’ wordt: het taboe wordt doorbroken. Ook soapseries zijn vaak middelen bij uitstek in het bijdragen aan het verspreiden van clichxc3xa9opvattingen over verdriet om de dood van familie of vrienden.

 

Verwerken’

Maar we helpen er zelf, als rouwende ouders, ook vaak aan mee het onbegrip en de vooroordelen in stand te houden. We gebruiken woorden als ‘verwerken’ en aanverwante uitdrukkingen vaak in onze eigen verhalen. Het schrijven van een boek of van gedichten, het meewerken aan een interview voor radio of tv of in een krant of tijdschrift, het aandacht vragen voor het verhaal en het kunnen vertellen daarvan: “heeft me enorm geholpen bij de verwerking”, hoor of lees ik dan vaak.

Maar wat bedoel je daar dan precies mee, vraag ik mij af. Gebruik die woorden en uitdrukkingen toch niet, denk ik dan, want ik vermoed dat degene die ze uitspreekt er iets heel anders mee bedoelt, dan de journalist die het registreert, en degene die het daarna hoort of leest er uit begrijpt. Want wat je ‘verwerkt’ gaat namelijk over, voorbij, wat ‘verwerkt’ is heb je achter je gelaten, daar heb je dan geen verdriet meer om. En dat brengt opmerkingen voort als: hij “heeft deze voor hem geweldige klap niet of onvoldoende kunnen verwerken.”

Afval verwerk je en rouw draag je, het verdriet reist altijd in een of andere vorm met mij mee, de rest van mijn leven.

Als na jaren mensen in je omgeving merken dat je nog verdriet hebt (soms al na vier maanden!), ook al is dat verdriet na verloop van tijd ‘milder’ geworden dan de haast ondraaglijke pijn die je in het begin hebt ervaren, dan klinkt al snel dat het verdriet nog steeds niet verwerkt is. En daar wordt dan duidelijk mee bedoeld: het is nog steeds niet ‘over’. Als het even wil krijg je ook nog het advies erbij om nu eindelijk maar eens ‘professionele hulp’ te gaan zoeken.

De getuigenissen van verdriet dat niet overgaat na de dood van een kind zijn er legio, in de verhalen die we elkaar als ouders vertellen, en in zowel de onderzoeksliteratuur als in de ervaringsverhalen worden beschreven.[4]

 

Ervaren

Het is mij wel kwalijk genomen dat ik daar zo vaak op wijs, maar ik denk dat het de kern is van het onbegrip dat in de samenleving bestaat rond rouw. Dat er verdriet is dat niet overgaat[5], want “wanneer je iemand verliest van wie je houdt verandert de wereld voorgoed, wanneer je kind sterft vergaat hij totaal: niets zal ooit meer hetzelfde zijn.”[6]

Verdriet hebben om de dood van mijn kind is levenslang, ook al is dat verdriet niet altijd van dezelfde intensiteit. Dat kan van dag tot dag verschillen. Ik heb bepaalde manieren ontwikkeld om met dat verdriet te kunnen leven. Ik hoor van anderen dat zij dat ook hebben, wat voor de een werkt doet dat voor de ander niet, of juist wel. En dat is de kracht van onze verhalen die we uitwisselen, van onze ervaringen die we met elkaar kunnen delen.

Zo vertelt Anna Enquist: “Elke dag studeer ik piano. Musiceren is de enige activiteit die mij volledig in beslag kan nemen. De drie belangrijkste menselijke vaardigheden – het verstand, de emoties en het fysieke lichaam – raken daar verknoopt. Die totale afleiding is voor mij een dagelijkse levensbehoefte geworden. Als ik bijvoorbeeld met vakantie ben en niet kan spelen, merk ik meteen dat het niet goed met me gaat. Dit verdriet heeft niets louterends en het blijft bij me. Je leert er hooguit mee leven.”[7]

Door ervaringen te delen kunnen we uitproberen of die van anderen ook voor ons werken. Zo niet dan zullen we andere strategieën moeten ontwikkelen om verder te kunnen leven met ons verdriet. Zo wel dan hebben we elkaar kunnen helpen door onze verhalen met elkaar te delen.

Maar vaak blijft het gevoel in een totaal andere wereld te leven dan ieder die dit verdriet niet kent. [8] En daar spreekt men kennelijk ook een andere taal, waardoor ze soms moeite hebben om onze verhalen op juiste waarde en betekenis te schatten. We zullen dus zorgvuldig moeten zijn in het kiezen van onze woorden wanneer we begrepen willen worden.

Heb ik hier nu gezegd dat iedere ouder van een overleden kind zijn leven lang verdriet moet hebben, net zoals ik dat ervaar? Nee, dat zeg ik niet, al kan ik mij niet voorstellen dat iemand dit verdriet ‘verwerkt’ heeft en dus geen verdriet meer heeft op enig moment van zijn of haar leven. Maar, en citeer nogmaals Anna Enquist:

“Je moet helemaal niks. Het verdriet is zoals het zich aan jou voordoet. Zoals jxc3xadj het doet, zxc3xb3 is het.”[9]


[1] Anne McCracken and Mary Semel (Ed.), A Broken Heart Still Beats. After Your Child Dies. Hazelden, Minnesota 1998. Blz. 261-265.

[2] Adri Vermaat, Moulijn was een man om van te houden. Trouw 5-1-2011.

[3] Interview in Psychologie Magazine april 2010: Mensen laten zich niet zomaar veranderen.

[4] Paul C. Rosenblatt, Parent Grief. Narratives of Loss and Relationship. Brunner/Mazel, Philadelphia P.A. 2000, blz. 116 e.v.; Dr. W. ter Horst, Nieuw licht. Over liefhebben, opvoeden en troosten. Kok, Kampen 1997, blz 116 e.v.; zie ook noot 1.

[5] Marinus van den Berg, Verdriet dat niet verdwijnt. Door-leven na de dood van een kind, broer of zus. Ten Have, Kampen 20072. Judith R. Bernstein, Als verdriet blijft. Overleven na het verlies van een zoon of dochter. Omega Boek, Diemen/Amsterdam 2000.

[6] Barbara D. Rosof, The Worst Loss. How Families Heal from the Death of a Child. Henry Holt and Company, New York 1994. Blz. 51.

[7] Interview in Psychologie Magazine april 2010: Mensen laten zich niet zomaar veranderen

[8] Paul C. Rosenblatt, Parent Grief. Narratives of Loss and Relationship. Brunner/Mazel, Philadelphia P.A. 2000. Blz.93 e.v.. Richard G. Tedeschi & Lawrence G. Calhoun, Helping bereaved parents. A clinicians guide. Brunner-Routledge, New York and Hove 2004. Blz. 7.

[9] Interview in Psychologie Magazine april 2010: Mensen laten zich niet zomaar veranderen

13 April 2011
By on 09:42
Nabestaanden en orgaandonatie

Hoewel het bij orgaantransplantatie gaat om leven, gaat het ook om trauma en verlies. Zonder dat verlies en de onvermijdelijke rouw die daarop volgt zou de hele transplantatieonderneming instorten. (x85)
De unieke ervaringen als de neurologische dood [hersendood] van de donor, de betekenis die ontleend wordt aan de donatie, en het weten dat organen van degene die we liefhebben voortleven in iemand anders, hebben een enorme invloed op de rouw van de familie.

Sue Holtkamp[1]

Niets te lachen

x93Wist je dat er in Nederland steeds meer orgaandonoren zijn? Ja of nee?x94 wordt mij en andere luisteraars met grote regelmaat aan het begin van reclameblokken, na of voor het nieuws op de radio, gevraagd. Nee, dat wist ik niet; zijn de wachtlijsten nu weggewerkt dan? De stem in het spotje gaat verder: x93Zo hebben duizenden mensen zich tijdens de Donorweek geregistreerd als donor.x94 O, nu begrijp ik wat er wordt bedoeld, namelijk dat er zich velen hebben laten registreren als potentixeble donor. De oppervlakkigheid (en onjuiste formulering) van de tekst in dit spotje is kenmerkend voor het karakter van deze x91donorvoorlichtingx92. Net als veel anderen die toestemden tot orgaanuitname bij hun kind of partner weet ik hoe onjuist de suggestie is dat het slechts een kwestie van even snel een formuliertje op internet invullen is, waarna het wel voor elkaar komt.

Hoe schrijnend het tekort aan donororganen is en dat het aantal mensen op de wachtlijst al jaren rond de 1300 ligt, toch vind ik het een ergerniswekkende propaganda waarmee de overheid mij via postbus 51 lastig valt. En ik weet dat ik niet de enige ben die zich daaraan stoort. Tijdens een regiomiddag brachten andere ouders het ook ter sprake, omdat zij het uitermate pijnlijk vinden, telkens weer zo uitdrukkelijk geconfronteerd te worden met de toestemming die ook zij verleenden toen hun zoon omkwam door een verkeersongeluk.

Ook op de televisie komt met grote regelmaat een postbus-51-spotje langs waarin Nelleke van der Krogt en Wubbo Ockels mij blij lachend meedelen dat zij wxe8l orgaandonor zijn, gevolgd door de vraag: en jij? Ik moet mij bedwingen om niet naar het tv-scherm te roepen: x93O, zijn jullie hersendood dan?x94 Een cynische grap is daar wel over te verzinnen, alleen, er valt hier niks te lachen. Niet door de mensen die op een orgaan wachten, niet door degenen die wel echt donor zijn, doordat zij door een ongeluk of herseninfarct of -bloeding hersendood zijn verklaard, noch door hun nabestaanden.

 

Donor worden

Natuurlijk, laat ik duidelijk zijn, er is niets op tegen dat de overheid aandacht voor het nijpende probleem van het tekort aan donororganen vraagt, maar ik blijf grote bezwaren houden tegen het propagandakarakter van de advertenties en spotjes waarmee zij dat doet. Het behoort voorlichting, serieuze informatie te zijn, want het is niet zomaar wat waar over beslist moet worden.

Het is veel te makkelijk om te zeggen dat mensen uit desinteresse of onverschilligheid niet willen nadenken over registratie als mogelijke orgaandonor, mochten zij in een situatie geraken waar waarschijnlijk de meeste mensen het liefst niet over willen nadenken. Want laten we wel zijn, het betekent dat je je heel bewust moet gaan bezighouden met de rexeble mogelijkheid van je eigen dood, of die van je kind of partner of enige andere naaste. En als je er wel serieus over nadenkt, en zelfs tot een positieve beslissing komt en je laat registreren, dan nog hoopt natuurlijk niemand ook werkelijk ooit echt donor te worden. De meesten zullen dat ook nooit worden, omdat zij niet op de juiste wijze of op de juiste plaats of op de juiste leeftijd zullen sterven.

 

Onoplosbaar

Een tweede suggestie die uit de propaganda en vele opiniestukken steeds weer naar voren komt, is dat met veel meer geregistreerden het tekort aan donororganen opgeheven zou kunnen worden. Echter, dat is alleen al op statistische gronden niet mogelijk: er zullen nooit genoeg organen ter beschikking komen om iedereen op de wachtlijst te kunnen helpen, zelfs al zouden alle daarvoor in aanmerking komende Nederlanders zich laten registreren als potentixeble donor. Er is geen land ter wereld waar dit is gelukt.

Er is een aantal factoren dat daarvoor zorgt. De toenemende verkeersveiligheid zorgt voor minder slachtoffers die een geschikte donor zouden zijn. De ontwikkeling van de medische wetenschap zorgt er voor dat mensen, die een (verkeers)ongeval of CVA[2] krijgen, steeds beter kunnen worden behandeld, terwijl door diezelfde ontwikkeling er steeds meer mensen in aanmerking komen voor een donororgaan; de vraag neemt toe, het aanbod af.

Ook een ander donorregistratiesysteem kan dit probleem niet oplossen. Fervent is de afgelopen jaren het zogenaamde ADR-systeem[3] gepropageerd, waarbij niet-geregistreerden tweemaal worden aangeschreven en wanneer daarop geen reactie volgt, worden zij automatisch als potentixeble donor ingeschreven. Het wordt kortweg wel als een x91geenbezwaarsysteemx92  aangeduid, hoewel dat niet precies hetzelfde is[4].

 

Ander systeem levert niet meer op

Vanuit het gevoel geredeneerd moet dit systeem veel meer potentixeble donoren opleveren. Dat is toch logisch: ook zij die niets te kennen hebben gegeven, om wat voor reden dan ook, komen nu in het donorregister. Als bijkomend x91voordeelx92 wordt door bepleiters van deze wijze van registratie naar voren gebracht dat de nabestaanden niet worden belast met een keuze in een zo emotionele situatie dat die beslissing x91niet rationeelx92 is en toch vrijwel altijd negatief zal uitvallen.[5]

Deze redenering lijkt zo logisch dat hij vaak als een onbetwijfelde waarheid steeds weer wordt herhaald. Maar bij verschillende gelegenheden zijn de afgelopen jaren argumenten aangevoerd die op het tegendeel wijzen.[6] Zelfs het Masterplan Orgaandonatie, concludeert verschillende malen dat het niet is hard te maken dat een ander systeem tot meer donoren zal leiden[7], ook al kwam de meerderheid van de groep, met als woordvoerder Jan Terlouw, merkwaardiger wijze tot een heel andere conclusie. De KNMG[8], een van de deelnemers aan de Coxf6rdinatiegroep, distantieerde zich van die conclusie.[9] Recentelijk bevestigde Remco Coppen in zijn proefschrift dat van een systeemwijziging geen of nauwelijks positieve effecten zijn te verwachten op het aantal donoren.[10]

 

Rol van nabestaanden

Hoe belangrijk en cruciaal in alle beslissystemen de rol van de nabestaanden is kunnen denk ik allen bevestigen die voor die vrijwel onmogelijke beslissing zijn komen te staan, of zij daarin nu positief of negatief beslist hebben. Hun betrokkenheid bij die beslissing is van grote invloed op hun wijze van rouwen en daarmee op hun verdere leven met hun verdriet om het onvoorstelbare verlies dat zij hebben geleden. Dat wordt bevestigt door Sue Holtkamp in haar studie[11] die gebaseerd is op jarenlange begeleiding van nabestaanden van donoren.

Vele nabestaanden hebben heel dubbele gevoelens; aan de ene kant het positieve gevoel dat de donatie heeft bijgedragen tot het levensgeluk van anderen, aan de andere kant het overstelpende verdriet omdat dit slechts mogelijk was door de dood van haar of hem van wie men zoveel houdt. Te weten dat iets van haar of hem voortleeft, kan enige betekenis geven aan haar of zijn dood, maar tegelijk het gemis extra benadrukken omdat de ontvanger (meestal) onbekend en onbereikbaar is.[12]

Van wezenlijk belang is het daarom dat er over de beslissing tot registreren in het donorregister altijd goed wordt nagedacht in de hele familiekring. Want met de gevolgen van die beslissing zal uiteindelijk niet de donor te maken krijgen, maar daar zullen haar of zijn nabestaanden mee worden geconfronteerd. Daarom werkt x91het niet belastenx92 of x91opzadelenx92, zoals sommige scribenten dat nogal negatief uitdrukken[13], met die beslissing in een emotioneel zo zware situatie, door het veranderen van het beslissysteem niet. Sowieso niet doordat ook in de landen met een geen-bezwaarsysteem in de praktijk altijd om instemming van de nabestaanden wordt gevraagd en bij weigering wordt niet tot transplantatie overgegaan.[14]

 

Wie liefhebben beslissen

Ook daar gebeurt dan wat de pleitbezorgers van een geen-bezwaarsysteem eigenlijk willen voorkomen; zij willen de invloed van nabestaanden op de beslissing om tot donatie over te gaan zoveel mogelijk beperken: x93de nabestaanden worden met een beslissing opgezadeld, die in de praktijk vrijwel altijd negatief zal zijn.x94 [15]

Steeds weer blijkt dat zij die een ja-tenzij-systeem bepleitten beweren dat nabestaanden onder zulke emotioneel zo zwaar beladen omstandigheden geen x91rationelex92 beslissingen kunnen nemen. Ik weet waar ik over praat, want wij hebben die beslissing moeten nemen, voor onze jongste zoon, die op negen jarige leeftijd overleed aan een hersenbloeding. Wij beslisten positief. Waren wij daarmee een uitzondering? Het Masterplan Orgaandonatie vermeldt een weigeringpercentage door nabestaanden van rond de 52%[16], wat op iets heel anders duidt dan x93vrijwel altijd negatiefx94. Mijn ervaringen binnen de Vereniging Ouders van een Overleden Kind wijzen ook op het tegendeel; we mogen dan tot een minderheid behoren, maar we zijn geen uitzondering.

Maar juist deze zo rationeel ogende beslissing bleek achteraf genomen te zijn op basis van emoties; zox92n gezond kind, als met zijn organen een ander kind gered kan wordenx85 Wij wisten niet dat het door die beslissing onmogelijk was om met ons hele gezin bij het x91echtex92 sterven van ons kind aanwezig te zijn. Door medische omstandigheden kon de donatie van organen niet doorgaan, er is alleen weefsel gedoneerd, en stonden wij wel met zx92n allen gelukkig toch om hem heen toen hij zijn laatste adem uitblies en zijn hart stopte met kloppen. Dat zijn omstandigheden die van wezenlijk belang zijn voor het rouwen gedurende de jaren daarna, de rest van ons leven.

Het is geen kwestie van nabestaanden x91opzadelen metx92, maar van betrekken bij een beslissingen van levensbelang. De donor heeft niet in het luchtledige geleefd maar in relatie met anderen, die van haar of hem houden. Op het zo intieme moment van sterven kunnen die niet zondermeer om welke reden dan ook opzij geschoven worden. Geen keus gemaakt hebben is dan ook een keus: wie mij liefhebben beslissen.



[1] Sue Holtkamp, Wrapped in Mourning. The Gift of Life and Organ Donor Family Trauma. Brunner-Routledge, New York 2002, Blz. 181-182.

[2] CVA = Cerebro Vasculair Accident, hersenbloeding of herseninfarct.

[3] ADR = Actieve Donor Registratie.

[4] Geenbezwaarsysteem: Bij wet is iedereen donor tenzij je daar (uit eigen beweging) bezwaar tegen hebt aangetekend.

[5] Jos Straathof  en Jenny Slatman, Ja, tenzij of toch nee, mits. Volkskrant 23-10-2010.

[6] Bijvoorbeeld: R.D. Friele, J.D. de Jong, Actieve donorregistratie? Een herhalingsonderzoek naar de mogelijke reactie op de introductie van het actief donorregistratiesysteem. NIVEL, Utrecht 2007; dr. Erwin Kompagne, drs. Gert van Dijk, prof. Dr. Jan Bakker, Een weg naar meer postmortale donoren. Medisch Contact 19 september 2008, blz. 1541-1544.

[7] Coxf6rdinatiegroep Orgaandonatie, Masterplan Orgaandonatie: De vrijblijvendheid voorbij. Den Haag 2008. Blz. 20, 35, 44, 54, 114, 117-118, 120, 131-132.

[8] KNMG = Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst.

[9] Coxf6rdinatiegroep Orgaandonatie, Masterplan Orgaandonatie. Blz. 20.

[10] Remco Coppen, Organ donation, policy and legislation: with special reference to the Dutch organ donation act. NIVEL, Utrecht 2010 (Diss.)

[11] Sue Holtkamp, Wrapped in Mourning. The Gift of Life and Organ Donor Family Trauma. Brunner-Routledge, New York 2002.

[12] Sue Holtkamp, Wrapped in Mourning. Blz. 113-115.

[13] Jos Straathof  en Jenny Slatman, Ja, tenzij of toch nee, mits. Volkskrant 23-10-2010.

[14] Remco Coppen, Organ donation, policy and legislation. Blz.189.

[15] Jos Straathof  en Jenny Slatman, Ja, tenzij of toch nee, mits. Volkskrant 23-10-2010.

[16 Coxf6rdinatiegroep Orgaandonatie, Masterplan Orgaandonatie. Blz. 73.


By on 09:33
Zondag 12 december 2010

Kaarsen Branden Wereldwijd

Worldwide Candle Lighting

 

Het lichtje

Een lichtje van de kleinste kaars
kan het diepste donker breken
dan is daar die ene kaars om
duizend andere aan te steken

Voeg bij duizend andere lichtjes
een miljoen of twee of tien
net zolang tot heel de wereld
in het donker weer kan zien

Belangrijk is dat eerste lichtje
x92t maakt niet uit hoe zwak of klein
als het maar voldoende kracht heeft
x92t begin van al dat licht te zijn.

Ide Wolzak
(vrij naar:)

 

Die Liggie

Die kleinste kers se liggie
Kan die diepste donker breek
En 'n duisend ander liggies
Kan by daardie een aansteek

Dan by daardie duisend liggies
Nog miljoen of twee of tien
Totdat almal in die wxeareld
Deur die donkerte kan sien

Dit neem een eerste liggie
Maak nie saak hoe dof of klein
Een liggie wat alleen staan
En die krag het om te skyn

Deon Opperman
(Gezongen door Amanda Strydom
CD Kerse Teen Die Donker
www.amandastrydom.eu)

 

26 November 2010
By on 10:27
Zin

Zingeving of zinbeleving?

Het kwaad dat heeft plaatsgevonden en het goede dat eruit is voortgekomen hangen met elkaar samen, maar vallen niet samen. Het laatste is het gevolg van het eerste, maar daardoor rechtvaardigt het goede het kwaad niet, maakt het niet juist of goed. Ik kan niet geloven dat ik drie familieleden heb verloren met de bedoeling dat ik een beter mens zou worden, drie gezonde kinderen opvoeden en een boek schrijven. Ik wil ze nog steeds terug, dat zal altijd zo blijven, wat er ook mag gebeuren als gevolg van hun dood.

Jerry Sittser[1]

Onverdraaglijke zinloosheid

Ze was het niet met me eens. Ik kon haar moeilijk duidelijk te maken dat er geen zin kan worden gegeven aan wat volkomen zinloos is. Want als iets zin heeft betekent dat naar mijn mening dat iets een bedoeling heeft.

Daarom kxe1n ik de zin ook niet inzien van de dood van een kind. Wanneer de dood van mijn kind zin heeft dan wil dat dus zeggen dat hij is gestorven met de bedoeling om iets te bereiken, iets tot stand te brengen. Bij mij rijst dan de vraag: Wxece heeft daar dan een bedoeling mee? Wxece bepaalde dat hij moest sterven omx85 Ja om wat?

Ik heb ouders horen zeggen, nadat zij toestemming hadden verleend tot orgaandonatie, dat doordat de organen van hun kind andere kinderen hebben gered zijn dood toch zin heeft gehad, x93x85dan is zij niet voor niets gestorven.x94 Dat biedt hun troost in hun overstelpende verdriet. De zinloosheid van de dood van iemand die je zo lief is, is ook nauwelijks te verdragen, ik herken dat. Maar toch blijft voor mij mijn vraag recht overeind: is mijn kind dan gestorven met de bedoeling anderen te redden? Moest hij dan sterven? En van wie dan?

Voor mij is de volgorde verkeerd: zijn dood is zinloos, had geen bedoeling, niets stond van te voren al vast; niemand en niets bepaalde dat het zijn tijd was, zodat hij voor anderen reddende organen kon leveren. Pas nadat duidelijk was geworden dat hij stervende was gaven wij betekenis aan zijn dood door toestemming te geven om met zijn organen anderen te helpen. Zijn dood werd er niet minder zinloos om.

 

Begripsverwarring

Hier wreekt zich naar mijn mening het betekenisverlies dat woorden vaak ondergaan wanneer zij te vaak worden gebruikt in zeer verschillende betekenissen. Er ontstaat een begripsverwarring die wezenlijke betekenisverschillen verdoezelt.

Ergens zin in hebben of er geen zin in hebben betekent totaal iets anders dan ergens de zin niet van inzien, of ervaren dat iets volkomen zinloos is. Je kunt je zinnen ergens opzetten of buiten zinnen zijn. Ondanks grote of kleine verschillen in betekenis heeft dit toch allemaal ook nog iets te maken met rouwen.

Maar er bestaat een wezenlijk verschil tussen wat de woorden zin en betekenis precies inhouden, betekenis is van een heel andere orde dan zin. Toch worden ze door elkaar, afwisselend als synoniemen, gebruikt. Vaak wordt de verwarring over de inhoud van deze begrippen nog vergroot, doordat mensen ze in hun persoonlijke geschiedenis heel verschillend (kunnen) beleven. Hun levenservaringen zijn zo anders geweest dat deze woorden een geheel eigen gevoelswaarde hebben gekregen.

Bepaalde woorden zijn daardoor vaak meer symbolen geworden dan dat zij eenduidige, voor iedereen van eenzelfde betekenis voorziene instrumenten voor communicatie zijn; elkaar niet begrijpen en elkaars verhaal misverstaan, of geheel niet verstaan, ligt dan op de loer.

 

Ongeneeslijk religieus

Iets heeft zin wanneer het een intrinsieke eigen waarde heeft, een betekenis die vanuit dat iets zelf voortkomt. Zin kun je daarom niet verlenen aan iets, het is een onlosmakelijk eraan verbonden eigenschap, het heeft zin of geen zin. Zin kun je zoeken, zin moet gevonden worden, dan pas kun je die zin beleven, ervaren; maar hij kan niet geschapen, niet gecrexeberd worden.[2] Daarom klopt een woord als zingeving naar mijn overtuiging ook niet.

Verschillende denkers over zin komen tot de conclusie dat mensen x91ongeneeslijk religieusx92 zijn[3]. Daarmee wordt niet bedoeld dat ieder mens gelooft in een of andere hogere macht, in God of wie dan ook, want religieus zijn heeft een veel wijdere betekenis.[4] Het woord religie komt van het Latijnse woord religare, dat verbinden betekent. Het gaat bij religie om het zoeken naar zinvolle verbanden, je verbinden met wat voor jou betekenis heeft, wat van wezenlijk belang is voor jouw leven, waaraan jij zin beleeft. x93Religie gaat over grote levenskrachten. Dus over liefde, haat, jaloezie, wraak, scheiding en binding, schuld en schaamte, agressie en mededogen.x94[5] Verdriet en vreugde, wanhoop en hoop zou ik daar zelf aan willen toe voegen.

 

Ultieme zinloosheid

Daarom zijn mensen de gehele geschiedenis door, zinzoekers en betekenisgevers geweest. Betekenissen construeer ikzelf, die kan ik zxe9lf aan iets toekennen, aan een gebeurtenis, ook al is hij in zichzelf totaal zinloos; zoals de ultieme zinloosheid die ik ervaar bij de dood van mijn kind: x93Een stervend kind is een innerlijke tegenstrijdigheid, een absurditeitx94[6], die de zin aan mijn bestaan ontneemt. De dood van mijn kind maakt niet alleen een einde aan het leven van wie me zo lief is, maar ontneemt me daarmee ook mijn hoop en verwachtingen, ontneemt me mijn toekomst.[7]

Wanneer er geen uitzicht meer is, geen perspectief, geen toekomst meer mogelijk is, dan kan er ook onmogelijk sprake zijn van het ervaren van zin, van zinbeleving.[8] Wat ik beleef is chaos, is duisternis, waarin ik pijn, angst, verdriet en wanhoop ervaar; ik ervaar hoe lelijk, gemeen en absurd de werkelijkheid om mij heen is.[9]

 

Berusting

De wereldgeschiedenis, waarvan een lange kerkgeschiedenis een deel uitmaakt omdat de ontkerkelijking een relatief recent verschijnsel is, vertelt veelvuldig van de worsteling van mensen met de x91waaromvraagx92[10], waarin het gaat om de vraag naar de zin van leven als er zoveel lijden in de wereld is[11], waarmee de vraag naar de wil van God, wanneer het gelovigen betreft, vaak samenvalt[12].

Een worsteling die kan leiden tot berusting, die voortkomt uit de ervaring machteloos te staan tegenover de willekeur van het lot dat mensen treft, of tegenover een God tegen wiens wil verzet onmogelijk is.

Dit berustingsgeloof zien we tegenwoordig vaak terugkomen in veel van de nieuwe religiositeit om ons heen, waarin wordt beweerd dat het leed dat ons treft onze eigen keuze is, voor de x91leerschoolx92 die dit leven zou zijn om tot innerlijke groei te komen.

Maar we zien berusting ook vaak gerechtvaardigd, soms zelfs opgelegd, door het verwachtingspatroon dat veel mensen hebben op grond van diep in onze cultuur verankerde ideexebn, die vorm hebben gekregen in rouwmodellen, waarin verkondigd wordt dat rouw tot een x91afsluitingx92 behoort te komen en tot het aanvaarden van de dood van de mensen die je lief hebt, van je kind; het is nu eenmaal niet anders, x91het leven gaat doorx92.

 

Opstandigheid

Maar deze worsteling om zinbeleving te heroveren kan ook niet tot berusting leiden, maar juist tot het niet aanvaarden van het lot, tot opstandigheid, tot verzet en protest. Bij gelovigen kan dat de overtuiging doen postvatten dat het Gods wil niet kxe1n zijn, al dat leed in de wereld; x93x91Het is Gods wilx92. Dat lijkt me namelijk het ergste wat een mens van God kan zeggen.x94[13]

De opvatting x93dat leed niet aanvaard behoort te wordenx94[14] is de kerngedachte die Wim ter Horst uitwerkt in zijn troostvolle boek, Over troosten en verdriet, dat de basis is geworden voor mijn eigen zoektocht naar zin. Het heeft mij aangezet mij te verdiepen in zowel ervaringsliteratuur als in wetenschappelijke literatuur die zich met rouw bezighoudt.

Mijn eigen ervaringen van rouw, zinzoeken en zinbeleving staan daarbij centraal. Willen weten, onderzoeken door te lezen, luisteren, vertellen, schrijven, proberen het toe te passen, vergelijken met mx92n eigen gevoelens x96 hoe passen die in dit alles, herken ik mij daarin? x96 markeren mijn gang door de doolhof van het leed. Hoe vind ik de zin terug, hoe kan ik weer zin beleven, die een nieuw perspectief biedt, die het licht laat doorbreken in het duister over de oervloed van de totale en absolute chaos, als in het scheppingsverhaal.

Leed hoeft niet aanvaard te worden, het behoort zelfs niet aanvaard te worden! Wat een bevrijdende gedachte. Daarom is opstandigheid het beste antwoord dat je kunt geven op het leed dat mensen treft, heb ik van Wim ter Horst, medezwerver door de doolhof van het leed, geleerd[15].

 

Liefde

Ik ben er op mijn zoektocht meer tegengekomen, opstandelingen, wier gang die van mij kruiste. Die bleven bij de erkenning van de zinloosheid van de dood van hun en mijn kind, maar mij een richting wezen waarin mogelijk opnieuw zin te beleven was.

Die ook ervoeren dat er geen x91fasenx92 bestaan die je uit het aardedonker naar het licht kunnen leiden zodat je er x91hersteldx92 uitkomt. Die ook ervoeren dat je het gemis blijft voelen bij alles wat er in je leven plaats vindt, telkens weer. Die ook weten dat je er niet x91overheenx92 komt en weer x91heelx92 wordt. Maar ook, dat er tot je eigen verbazing en misschien wel verbijstering, veel goeds uit je verdriet en je pijn kan voortkomen, al kan al het goede van de wereld dat verdriet en die pijn nooit ongedaan maken[16].

Die ook ervoeren dat je je geloof niet hoeft te verliezen, maar misschien wel grondig moet herzien, oude geloofswaarheden moet herijken. Die ook ontdekten dat het met de x91wil van Godx92 toch anders zit dan je van jongs af aan als vanzelfsprekend is bijgebracht, maar waar je nu niet meer mee verder zou kunnen[17].

Die ook ervoeren dat opstandigheid en woede geen voorbijgaande fasen zijn, maar blijvende bronnen van energie en inspiratie om geen genoegen te nemen met het leed in de wereld in welke vorm dan ook, want de dood hoort niet bij het leven! Want: x93Dood is einde en verlies. Liefde is begin en winst. Dood is scheiding. Liefde is vereniging. Dood is radicale verandering, liefde is dat ook. Maar terwijl dood dan vernietigt, is het liefde die schept.x94[18]

De liefde voor mijn kind blijft bestaan, over de grens van de dood heen; daardoor kan het donker breken en zinbeleving weer mogelijk worden, ondanks de zinloosheid van zijn dood.



[1] Jerry Sittser, A Grace Disguised. How The Soul Grows Through Loss. Zondervan, Grand Rappids, Michigan 1995/2004. Blz. 199.

[2] Viktor E. Frankl, Der unbewuxdfte Gott. Psychotherapie und religion. Deutscher Taschenbucht Verlag, Mxfcnchen 20099. Blz. 68-70.

[3] H.M. Kuitert, Over religie. Aan de liefhebbers onder haar beoefenaars. Ten Have, Kampen 2000. Blz. 86.

[4] Corry Blei-Strijbos, Woorden voor het onzegbare. Joodse Auschwitzliteratuur gelezen met het oog op de vraag naar de betekenis van religie in existentixeble crises. Kok, Kampen 2001. Blz. 334.

[5] Matthias Smalbrugge, Religie tussen servet en tafellaken. In: Letter en Geest, Trouw 29 april 2006.

[6] Okke Jager, De dood in zijn ware gedaante. Blz. 116.

[7] Jerry A. Irish, A Boy Thirteen. Reflections on Death. Westminster Press, Philadelphia 1975. Blz. 21 e.v..
Vertaling: Hij werd maar dertien. Leven ondanks de dood. Gooi en Sticht, Hilversum 1975.

[8] Corry Blei-Strijbos, Woorden voor het onzegbare. Blz. 330 e.v..

[9] Jerry Sittser, A Grace Disguised. Blz. 49 e.v..

[10] Dr. A. Van de Beek, Waarom? Over lijden, schuld en God. Callenbach, Nijkerk 1984.

[11] A.F. Troost, Morgen zal het Pasen zijn. Een rondgand om het waarom van het lijden. Boekencentrum, Zoetermeer 1993.

[12] Okke Jager, Wat wil God eigenlijk? Bosch & Keuning, Baarn 1963.

[13] Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Kok, Kampen 200410. Blz. 37.

[14] Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Blz. 11.

[15] Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Blz. 37.

[16] Dr. W. ter Horst, Nieuw licht. Over liefhebben, opvoeden en troosten. Kok, Kampen 1997.  Blz. 116-117.
Jerry Sittser, A Grace Disguised. Blz. 60.

[17] Ds. A.J.R. Brussaard, Als een mus op het dak. Wrede trekken in het christelijk belijden. Ten Have Baarn 19793.
Harold S. Kushner, Als het kwaad goede mensen treft. Ten Have, Baarn 1983.

[18] Jerry A. Irish, A Boy Thirteen. Blz. 51.


By on 09:32
Gender

Vrouwen en mannen rouwen hetzelfde, maar heel verschillend.

Generalisaties zijn ongewenst. Niet alle vrouwen zijn fijnzinnig, niet alle mannen rechtlijnig en grof. Een mens bezit verschillende kwaliteiten naast elkaar, die op elkaar inspelen. In plaats van uitgaan van stereotypen lijkt het me vruchtbaarder om telkens weer uit te gaan van deze concrete persoon en van jezelf: hoe is het voor hem, hoe is het voor jouzelf als rouw en verdriet je levensweg kruisen?

Marinus van den Berg[1]

Niet x91normaalx92
In onze samenleving bestaan stereotype beelden van hoe mensen (behoren te) rouwen, wanneer iemand in hun naaste omgeving, iemand die zij liefhebben, sterft. Die vooroordelen kunnen soms diep ingrijpende gevolgen hebben. Wortman en Silver[2] geven daar, in een artikel over de mythen die er over rouwen bestaan, een schrijnend voorbeeld van.

In 1982 werd in de VS een man ter dood veroordeeld voor de moord op zijn twee dochters, die omkwamen in een brand die hij gesticht zou hebben. Een belangrijk deel van het bewijs bestond uit het feit dat hij vrijwel geen enkele emotie toonde, direct na de brand, wat als niet x91normaalx92 werd beschouwd wanneer blijkt dat je twee kinderen daarbij zijn omgekomen. De man zat 13 jaar in de dodencel voordat uit nieuw bewijs bleek dat hij de brand nooit kon hebben aangestoken.

Een dergelijke extreme situatie is gelukkig een hoge uitzondering, maar ook uit de verhalen van ouders horen we vaak dat je het als rouwende in de ogen van je omgeving niet gauw goed kunt doen. x93Ik moest ergens om lachen,x94 vertelde een moeder, x93en kreeg direct de opmerking te horen: ben je er nu al overheen?x94 Een ander kreeg na nog geen half jaar te horen: x93Ben je er nu nog steeds zo verdrietig? Hoe lang is het nu al geleden?x94

Verschillen?
Opgegroeid in een samenleving die veelvuldig met generalisaties en stereotypen werkt, hebben wijzelf ook dat soort beelden in ons hoofd en zullen we snel geneigd zijn om bijvoorbeeld de verschillen in rouw die wij constateren bij onze partners tot typische verschillen tussen mannen en vrouwen te reduceren, wat tot verwijten over en weer aanleiding kan zijn. x93Mens, loopt toch niet voortdurend te jax85 te huilen, je krijgt hem er toch niet mee terug.x94 x93Zeg toch x92s wat. We moeten praten. Ze is toch ook jouw dochter. Heb je eigenlijk wel verdriet? Mis je haar dan niet? Is er voor jou ook nog iets anders dan je werk?x94

Met dit in gedachten is het opmerkelijk dat er in veel onderzoeksliteratuur maar weinig op verschillen in rouw tussen vrouwen en mannen wordt ingegaan. En voor zover het gebeurt worden er relatief weinig (groeps)verschillen waargenomen.[3]

Mannelijk of vrouwelijk
Toen psychologen Martin en pastor en gerontoloog Doka een onderzoek gingen opzetten over mannen en rouw, veranderde deze invalshoek al snel in een veel bredere opzet. Want toen men poogde het begrip x91mannelijke rouwpatronenx92 te definixebren, merkte een vrouwelijke collega op dat daarmee precies de wijze waarop zij rouwde werd omschreven; haar manier van omgaan met verdriet.[4]

Men kwam tot de conclusie dat termen als x91mannelijkx92 en x91vrouwelijkx92 in verband met rouw vermeden dienden te worden, met name ook omdat er in de populaire literatuur veel misverstanden door ontstaan waren. Een vrouwelijke rabbi, die moeite had haar plaats te veroveren tussen haar mannelijke collegax92s, vertelde: x93Mijn hele leven moet ik vechten om mij niet te hoeven aanpassen aan die x91mannenwereldx92. Jullie omschrijven hier mijn wijze van rouwen. Gebruik nu alsjeblieft taal die mij niet opnieuw bij die mannenwereld inlijft.x94 Ook mannen gaven aan het niet prettig te vinden dat hun wijze van omgaan met verdriet als x91vrouwelijkx92 werd bestempeld.[5]

Van instrumenteel tot intuxeftief
De onderzoekers zijn toen op zoek gegaan naar een formulering die niet gebonden was aan geslachtskenmerken (gender) en kwamen uit bij de begrippen x91instrumenteelx92 en x91intuxeftiefx92. Rouwenden die voor een x91instrumentele overlevingsstrategiex92 kiezen hebben de neiging hun emoties te temperen door actief te worden, door van alles te gaan doen, zaken te gaan regelen, op onderzoek uit te gaan. Zij die voor een x91intuxeftieve overlevingsstrategiex92 kiezen rouwen door hun emoties direct te uiten, te huilen, te praten, ervaringen te delen en daarvoor steun bij anderen te zoeken.[6]

De ervaring van verdriet is voor iedereen anders, ieders rouw is uniek. Vrijwel niemand rouwt xf2f op de instrumentele xf2f op de intuxeftieve wijze, maar zal ergens tussen deze twee uitersten in zitten en ook regelmatig van strategie wisselen; nu eens meer oplossingsgericht en actief, dan weer meer direct emoties uiten, huilen, willen praten en dat willen delen met anderen. Want rouwen is een gevecht om te overleven en daarom geldt dat keuzen zelden bewust worden gemaakt en modellen er vooral zijn om voor wetenschappers en hulpverleners enige duidelijkheid te scheppen over wat er daarbij nu eigenlijk wordt ervaren.

Voor rouwenden zal dat veel minder functioneel zijn en in feite neerkomen op telkens weer tasten in het duister en moeizaam een strategie zoeken om de chaos trachten te bevechten; maar de x91instrumentele rouwendex92 kan er als onderdeel van een overlevingsstrategie wel haar of zijn kennis mee vermeerderen door als cognitieve[7] activiteit zich in deze modellen te verdiepen. Ik denk daarbij aan de velen x96 en ik hoor daar zelf bij x96 zowel vrouwen als mannen, die zeiden: x93Ik heb in het begin alles gelezen wat ik te pakken kon krijgen, wat met doodgaan en rouw te maken had. Ik wilde weten, mijn behoefte aan kennis was onverzadigbaar.x94

Opvoeding
Waar komen die opvattingen dan vandaan dat er een typische mannelijke wijze van rouwen is en een typisch vrouwelijke? Die komen toch niet zomaar uit de lucht vallen?

Martin en Doka stellen dat gender (geslachtskenmerken) wel van invloed is op hoe men rouwt, maar niet bepalend.[8]  Die invloed komt voornamelijk voort uit verschillen in de manier waarop jongens en meisjes in onze samenleving worden opgevoed. De opvoeding is gericht op socialisatie, aanpassing aan de rollen die mannen en vrouwen geacht worden in de maatschappij te vervullen. Een onderdeel daarvan is wat er van je verwacht wordt als vrouw en als man bij het omgaan met emoties.[9]

Het gevolg daarvan is vaak dat mannen zich hulpeloos voelen tegenover het verdriet van hun vrouw, die haar emoties ruimschoots vrij baan mag geven, en vrouwen tegenover dat van hun man, die geleerd heeft zijn emoties voor zich te houden. Dat kan spanningen opleveren in een relatie, maar het is evenzeer een mythe dat de dood van een kind het risico op een scheiding enorm verhoogt en zelfs haast onvermijdelijk maakt. Het is simpelweg niet waar en uit onderzoek blijkt dat er eerder sprake is van het tegendeel, namelijk dat het scheidingspercentage aanzienlijk lager ligt dan het gemiddelde en dat de relaties vaker versterkt dan verzwakt werden.[10]

Sociaal wenselijk gedrag
Opgevoed met dergelijke beelden en verwachtingen hebben veel mensen de neiging om zich daar ook naar te (gaan) gedragen. De gedachte: x93Wat zullen de mensen wel van mij denken,x94 kan een ernstig storende factor zijn op de eerste intuxeftieve uitingen van rouw. Met name mannen hebben dan de neiging hun emoties te onderdrukken, want van hen wordt toch verwacht dat ze x91sterkx92 zijn en hun vrouw en kinderen tot steun zijn; dat ze het gezin overeind houden. Hun tranen de vrije loop laten gebeurt dan op plaatsen waar niemand hen ziet, op de wc, in hun hobbyruimte of in de auto.

Maar ook vrouwen kunnen daar moeite mee hebben wanneer van hen emoties worden verwacht, terwijl zij daar de behoefte helemaal niet toe voelen, maar graag actief zouden willen zijn, bezig zijn, iets doen, willen weten; op instrumentele wijze uiting aan hun rouw te geven.

Het kan dan veel extra tijd vergen voordat rouwenden kunnen en durven over te gaan op de overlevingsstrategie die het beste bij hen past.[11] Sommigen komen daar zelfs helemaal niet aan toe, omdat ze zo bezig zijn het beeld dat zij naar  buiten uitstralen te beheren, dat ze het komen tot hun ware gevoelens daaraan totaal ondergeschikt maken, daaraan opofferen. Voor alle duidelijkheid: het kan hier zowel mannen als vrouwen betreffen.[12]

Vloeiende lijn, continuxfcm
Uitgaande van twee duidelijke patronen, de instrumentele wijze van rouwen en de intuxeftieve, en indachtig het feit dat ieders rouw uniek is, stellen Martin en Doka dat individuele rouwenden ergens op de vloeiende lijn, het continuxfcm, tussen die twee uitersten inzitten. Mannen bewegen zich vaker in de richting van de instrumentele rouw, vrouwen vaker in die van de intuxeftieve. Maar een duidelijk kenmerkend patroon dat typisch voor mannen of typisch voor vrouwen is valt, in tegenstelling tot wat veelvuldig gedacht wordt, niet vast te stellen.

Ieders rouw is uniek doordat we allemaal unieke personen zijn, net als onze kinderen. Ieder beleeft zijn kind daardoor anders en daardoor is wat we missen van ons kind ook voor elk weer anders en ervaren we dat ook op andere tijdstippen.[13] 

Niet het feit dat we vrouw of man zijn, maar het feit dat we verschillende individuen zijn is bepalend voor de wijze waarop we rouwen[14]: mannen en vrouwen rouwen hetzelfde en dus heel verschillend.



[1] Marinus van den Berg, Rouwen in de tijd. Een zoektocht in het landschap van afscheid en verlies. Ten Have, Kampen 2009. Blz. 96.

[2] Camille B. Wortman and Roxane Cohen Silver, The Myths of Coping with Loss Revisited. In: Margaret S. Stroebe, Robert Hansson, Wolfgang Stroebe, and Henk Schut (Ed.), Handbook of Bereavement Research. Consequences, Coping, and Care. American Psychological Association, Washington D.C. 2004. Blz. 405.

[3] Guus L. Van Heck and Denise T.D. de Vries, Assessment of Coping with Loss: Demensions and Measurement. In: Margaret S. Stroebe, Robert Hansson, Wolfgang Stroebe, and Henk Schut (Ed.), Handbook of Bereavement Research. Consequences, Coping, and Care. American Psychological Association, Washington D.C. 2004. Blz. 463.

[4] Terry L. Martin, Kenneth J. Doka, Men Donx92t Cryx85 Women do. Transcending Gender Stereotypes of Grief. Brunner/Mazel, Philadelphia PA 2000. Blz. 4.

[5] Terry L. Martin, Kenneth J. Doka, Men Donx92t Cryx85 Women do. Blz. 5.

[6] Terry L. Martin, Kenneth J. Doka, Men Donx92t Cryx85 Women do. Blz. 5-7.

[7] Cognitief = kennisvermeerderend

[8] Terry L. Martin, Kenneth J. Doka, Men Donx92t Cryx85 Women do. Blz. 99 e.v..

[9] Barbara D. Rosof, The Worst Loss. How Families Heal from the Death of a Child. Henry Holt and Company, New York 1994. Blz.59. (Vertaling: Het zwaarste verlies. Over de verwerking van de dood van een kind. Bert Bakker, Amsterdam 1998).
J. William Worden, Grief Counseling and Grief Therapy. A Handbook for the Mental Health Practitioner. Fourth edition. Springer Publishing company, New York 2009. Blz. 64, 220-221, 226
Dennis Klass, The Spiritual Lives of Bereaved Parents. Brunner/Mazel, Philadelphia P.A. 1999. Blz. 179-180
William H. Schatz, Grief of Fathers. In: Therese A. Rando (Ed.), Parental Loss of a Child. Research Press, Champaign, Illinois 1986. Blz. 295.
Ann K. Finkbeiner, After the Death of a Child. Living with Loss Through the Years. Johns Hopkins, Baltimore 1996. Blz. 40 e.v..

[10] Terry L. Martin, Kenneth J. Doka, Men Donx92t Cryx85 Women do. Blz. 103.
When a Child Dies. A Survey of Bereaved Parents Conducted by Directions Research, Inc. for The Compassionate Friends, Inc. October 2006. www.compassionatefriends.org

[11] Terry L. Martin, Kenneth J. Doka, Men Donx92t Cryx85 Women do. Blz. 56 e.v..

[12] Terry L. Martin, Kenneth J. Doka, Men Donx92t Cryx85 Women do. Blz. 62. e.v..

[13] Therese A. Rando, The Unique Issues and Impact of the Death of a Child. In: Therese A. Rando (Ed.), Parental Loss of a Child. Research Press, Champaign, Illinois 1986. Blz. 26-27.

[14] Ann K. Finkbeiner, After the Death of a Child.  Blz. 39, 43.

12 October 2010
By on 08:22
Moeten:

x93Kom vanavond met verhalenx85x94

 Moeten alle rouwenden x91rouwarbeidx92 ter hand nemen of moeten zij naar tevredenheid bepaalde x91takenx92 volbrengen als onderdeel van hun rouw? Het antwoord lijkt een voorzichtig nee te zijn. (x85) De veronderstelling dat alle rouwenden door dezelfde x91rouwarbeidx92 heen moeten blijkt onjuist te zijn.

Richard G. Tadeschi en Lawrence G. Calhoun[1]

Nieuw gebod
x93Er is een nieuw gebod,x94 merkte Marinus van den Berg op, tijdens zijn inleiding op de landelijke dag van de Vereniging Ouders van een Overleden Kind (17-4-2010): x93Gij zult praten.x94 Er werd wat om gegniffeld in de zaal. Maar ik vermoed toch dat het een wijd verbreid misverstand is, ook onder een groot deel van zijn toehoorders.

Het is immers al zo vaak gezegd dat het goed voor je is om te praten. Je moet je verdriet en frustraties, je woede en je pijn, ruim baan geven door er over te praten. Anders hoopt het zich op, gaat het x91vast zittenx92, en raak je getraumatiseerd, je gaat lijden aan gecompliceerde rouw.

x93Mijn man praat helemaal niet,x94 klaagde een vrouw tijdens een bijeenkomst, waar haar man bij zat. Even later vertelde hij het verhaal over wat hun zoon was overkomen, in een nauwelijks te stoppen woordenstroom. Wat zij precies bedoelde met x91niet pratenx92?

In de karikatuur van psychiatrische therapiexebn en psychotherapeutische behandelingen speelt x91de bankx92 dan ook een prominente rol. De patixebnt, pardon, clixebnt ligt daarop en moet praten. Elke vraag die hij stelt aan de x91deskundigex92 wordt naar hemzelf teruggespeeld (x93Wat vind je zelf?x94); de behandelaar verdient zijn geld door alleen maar te luisteren, door de clixebnt aan x91het (rouw)werkx92 te zetten. (De reden waarom psychotherapie uit het basispakket moet?)

Ont-moeten
Bij diverse gelegenheden, ook bijeenkomsten van de vereniging, heb ik mijn uiterste best gedaan de algemeen geldigheid van dit nieuwe gebod onderuit te halen. Je wordt er dan echter al snel van verdacht het tegenovergestelde te beweren, namelijk dat er helemaal niet gepraat moet worden. Maar ook dat is niet waar. Er moet alleen meer nadruk gelegd worden op het feit dat er niets moet! Dat er ont-moet x91moetx92 worden! En in een echte x91ontmoetingx92 kan ieder zijn of haar verhaal op zijn eigen wijze vormgeven. En in een echte ontmoeting wordt daarvoor ook de ruimte gegeven, zonder onderbroken te worden door een ander met haar of zijn verhaal. Dat gebeurt namelijk nogal eens, dat het eigen verhaal van die ander zich begint op te dringen en dat die ander, van wie ik dacht dat die naar mij luisterde, mij onderbreekt en mijn verhaal gaat overnemen.

Heel vaak begint dat met die meest gehoorde leugen: x93O ja, dat kan ik mij voorstellen, want ikx85x94. Uit de 33 afleveringen van de BBC-serie Morse is xe9xe9n letterlijke uitspraak van de chief inspector tegen zijn assistent Lewis mij bijgebleven: x93No one can imagine someone elsex92s pain, Robbiex94 x96 Niemand kan zich de pijn van een ander voorstellen! Ik vermoed dat zox92n zin niet anders dan uit de ervaring van de scriptschrijver kan voortkomen, want het zijn juist de televisiesoaps die hun toeschouwers doordrenken van alle mogelijke clichxe9s die er over verdriet en rouw bestaan, wat nog versterkt wordt door de vaak slechte vertalingen in ondertitels.

Toespreken
En niet alleen x91moeten pratenx92 hoort tot die clichxe9s, al is het xe9xe9n van de meest gehoorde. Wim ter Horst spreekt in dit verband van de vloek van Quintilianus[2], die al eeuwenlang onze samenleving teistert. Deze Romeinse hoogleraar in de retorica, de x91kunst van het toesprekenx92, die leefde in de eerste eeuw van onze jaartelling, schreef een nog steeds verkrijgbaar standaardwerk[3] over hoe iemand kan worden opgeleid tot retor, toespreker, redenaar. Welbespraaktheid is in onze samenleving ook nu nog een zeer hooggewaardeerde vaardigheid. Politici die hun woorden (hoe ondoordacht ze ook mogen zijn) als snelvuurkanonnen afschieten x91winnenx92 het debat. Deskundigen, het maakt niet uit op welk gebied, die in een aantal goed gedoseerde pakkende volzinnen, hun mening weten te poneren, vegen de vloer aan met hun opponenten die wat bedachtzamer hun goed doorwrochte tegenargumenten op tafel leggen. Luisteren en zich inleven in de wereld van een ander, de empathie, verschuift dan als vanzelfsprekend naar het tweede plan.

In een cultuur die hiermee is behept laten we het algauw na om iemand te bezoeken die door groot leed, door overstelpend verdriet is getroffen: x93Wat moet ik tegen haar, tegen hem, zeggen?x94 En wie niets weet te zeggen telt niet mee, voelt zich teveel, overbodig.

Onuitsprekelijk
Wanneer het spreken centraal staat en niet het aanwezig zijn, het vasthouden van de hand, de arm om de schouder, of gewoon, simpelweg stil bij elkaar zitten, dan kan de drempel voor het bezoek haast onoverkomelijk hoog worden. Dan weten we alle mogelijke excuses te vinden om het bezoek uit te stellen, een uitstel dat dan uiteindelijk heel vaak een afstel wordt. Wat hebben ze aan mij, als ik niets weet te zeggen? Ik wil als buitenstaander niet inbreken in het samenzijn van de familie.

Heel scherp staat in mijn geheugen die ene bezoeker die zwijgend bij ons op de bank zat en later terugkwam en mxe9t ons het gesprek aanging en niet meende txe9gen ons te moeten praten. Want wat kun je tegen iemand zeggen wanneer er geen woorden zijn voor wat haar of hem is overkomen? Wanneer de pijn die wordt geleden onuitsprekelijk is?

Een eigen weg
De overtuiging dat ieder die rouwt moet praten, of allerlei fasen moet doorlopen, verschillende taken moet verrichten wil haar of zijn rouw op de juiste wijze verlopen, komt mijns inziens voort uit het opdelen van de werkelijkheid om ons heen in modellen, een wijze van denken waarin we vrijwel allemaal van jongs af aan worden getraind in opvoeding en onderwijs. Daarbij wordt alles wat er gebeurt en wat we doen uit elkaar gerafeld in een ontelbaar aantal processen. Deze analytische wijze van denken is de kern van het denken in onze westerse, op techniek gebaseerde samenleving. Zo kunnen we onze gecompliceerde werkelijkheid begrijpelijk maken en er vat op krijgen. De suggestie die daarvan uitgaat is dat de hele wereld om ons heen en alles wat daarin plaatsvindt beheersbaar is. Voor alles is een oplossing, voor elk probleem een deskundige, voor iedere kwaal een geneesheer, voor elke pijn een pijnstiller, voor elk trauma een therapie.

In zox92n wereld wordt ook rouwen al snel tot een x91procesx92 gereduceerd, dat onder gelijke voorwaarden en omstandigheden voor iedereen vrijwel hetzelfde verloopt. x91Rouwprocesx92 is een x91zelfstandigx92-naamwoord, het staat los van onszelf, komt van buiten ons op ons af, je moet het ondergaan, het x91verwerkenx92. Terwijl rouwen een x91werkx92-woord is, het overkomt ons niet, we doen het, het is vechten om te overleven. Daarvoor kan geen in een model vastgelegde techniek ons een oplossing bieden; er bestaat geen therapie die ons verdriet kan doen oplossen, er bestaat geen middel die onze pijn kan wegnemen.

Ieder die rouwt kan weinig anders dan telkens weer opnieuw een eigen route proberen te vinden in de doolhof van het leed. Want al zijn velen ons voorgegaan, de routebeschrijving die zij verschaffen en die ik probeer te volgen, blijkt voor mij net niet te kloppen. De paden die zij gingen blijken overwoekerd te zijn, geblokkeerd door belemmeringen die zij kennelijk wel wisten te overwinnen, maar die voor mij onoverkomelijk blijken te zijn. En dan, opeens zie ik een voor mij wel goed begaanbaar zijpad, dat zij met hen door tranen verblinde ogen zijn voorbijgelopen.

Moeten of mogen
Wanneer we er vanuit gaan dat niets moet, wil dat natuurlijk niet zeggen dat er ook niets mag; integendeel zou ik zeggen, alles mag: doe wat je hart je ingeeft en vooral wanneer je het gevoel hebt dat het je goed doet. Praten moet niet, maar het mag wel! Het kan je heel goed doen je verhaal te kunnen vertellen, het verhaal van je leven, waarin het verhaal van het leven van je kind(eren) onontwarbaar verweven is. Het steeds opnieuw vertellen kan een manier zijn om weer op verhaal te komen, om opnieuw vorm te geven aan je levensverhaal, om je leven, waarin de chaos de overhand leek te hebben gekregen, te ordenen; om opnieuw te leren leven.

Herinneringen ophalen, verhalen vertellen over wat je beleefd hebt met je kind, voortborduren op de patronen van het verleden door die te vervlechten in een nieuw patroon van een nog heel onzekere en duistere toekomst.

Maar vertellen kan ook zonder woorden, op andere wijzen dan met praten. Zo wordt rouwen ook zoeken naar dat wat het beste bij mij past om te leren leven met mijn eigen verdriet. Het verhaal kan vorm krijgen in schilderen en beeldhouwen, in tuinieren en zingen, sporten en zwerven door de natuur, lezen en reizen, zorgen voor jezelf en voor anderen, (hard) werken en dromen, schrijven en musiceren, noem maar opx85

Of misschien gewoon maar stil zijn en x91niks doenx92, alleen maar proberen op volstrekt eigen wijze een eigenwijze weg te vinden om verder te kunnen leven, zonder je in je keuzevrijheid te laten beperken door taken of fasen die anderen menen je te kunnen voorschrijven.

Therapie of troost
In therapie gaan lijkt tegenwoordig ook iets te zijn dat moet. Zeker na het verlies aan de dood van iemand van wie je houdt wordt dat zo normaal gevonden dat je je haast schuldig voelt wanneer je de vraag of je x91al professionele hulp hebtx92 met nee moet beantwoorden. Ben ik wel normaal dat ik dat niet doe, dat ik dat eigenlijk helemaal niet nodig vindt? Niemand kan mij toch mijn kind teruggeven? En dat is toch het enige dat mijn verdriet kan wegnemen? Waarom zou ik dan professionele hulp gaan zoeken?

In haar oratie bij het aanvaarden van het bijzonder hoogleraarschap aan de Universiteit van Utrecht ingesteld vanwege de Landelijke Stichting Rouwbegeleiding stelde Margaret Stroebe, dat het simpelweg onjuist is om therapie aan te bieden aan mensen, alleen maar vanwege het feit dat zij iemand die zij liefhebben aan de dood verloren, omdat uit veelvuldig onderzoek is gebleken dat dit niet of nauwelijks enig gunstig effect heeft, soms zelfs het tegenovergestelde.[4] x93Leed vraagt om troost, niet om therapiex94, zoals Wim ter Horst[5] al schreef in 1984, toen de eerste druk van zijn boek Over troosten en verdriet verscheen, is daarna dus behalve in veel x91ervaringsliteratuurx92[6], ook in de wetenschappelijke literatuur bevestigd.

In het circuit van hulpverleners lijkt het echter nog nauwelijks doorgedrongen gezien het overstelpende aanbod aan therapeuten en therapiexebn dat met name op het wereldwijde web is te vinden. Rouwen is een individueel gevecht om te overleven, waarbij troost vooral gevonden kan worden bij de mensen om je heen. En als dat echt helemaal niet lukt, ja dan misschien, heel misschienx85

Maar voor het zover is, zou ik willen zeggen (vrij naar Leo Vroman[7]): x93Kom vanavond met verhalen over kinderen die verdwenen, en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen.x94



[1] Richard G. Tadeschi & Lawrence G. Calhoun, Helping bereaved parents. A clinicians guide. Brunner-Routledge, New York and Hove 2004. Blz. 30.

[2] Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Kok, Kampen 200410. Blz. 171.

[3] Quintilianus, De opleiding tot redenaar. Historische Uitgeverij, Groningen 2010, 5e druk.

[4] Margaret S. Stroebe, Beyond the Broken Heart: Mental and Physical Health Consequences of Losing a Loved One. Universiteit Utrecht 2009. Blz. 13.

[5] Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Kok, Kampen 200410. Blz. 27.

[6] Zie bijvoorbeeld Eke Vriens, Twee ijzeren rozen. Levenslang maar toch verder. Boekscout.nl, Soest 2009.

[7] Leo Vroman, Gedichten1946 x96 1984. Querido, Amsterdam 1985. Blz. 158.


By on 08:07
Schuldig;

Wraak of vergeven?

Een wereld waarin de vergeving almachtig is, wordt onmenselijk.

Emanuel Levinas[1]

Traditie

Telkens weer duikt in de media naar aanleiding van heel verschillende gebeurtenissen de vraag op over x91de noodzaak van vergevingx92. Er wordt ook vaak een religieus sausje over gegoten, een religieus morele rechtvaardiging voor de x91plichtx92 om te vergeven, die vaak vanaf de zijlijn aan slachtoffers wordt opgelegd. x93Je moet toch vergeven!?x94 riep iemand uit tijdens een gesprek dat ging over traumax92s die door anderen veroorzaakt waren en die vaak een jarenlange, zo niet levenslange, nasleep blijken te hebben.

Volgens sommigen brengt onze joods-christelijke traditie met zich mee dat we vergevingsgezindheid ten toon spreiden! Het blijken vooral christenen en hun al of niet meer gelovige erfgenamen te zijn die van x91een joods-christelijke traditiex92 spreken, van Joden zul je dat niet gauw horen. Die hebben een eeuwenlange ervaring met wat de christelijke traditie aan ellende over hen heeft gebracht en willen die traditie daarom graag gescheiden houden van die van henzelf. (Kunnen we trouwens xfcberhaupt wel spreken van xe9xe9n christelijke of xe9xe9n joodse traditie?)

Vergeven en vergeten

De discussie laaide weer op in augustus van het afgelopen jaar toen de vrouw van de vermoorde Gerrit Jan Heijn over de verongelukte moordenaar van haar man zei, dat ze hem vergeven had.[2] Daarover werd zowel bewondering en onbegrip uitgesproken.[3]

Dat zou ons eigenlijk niet moeten verbazen, want wie kan mij eigenlijk uitleggen wat x91vergevenx92 nu precies is en hoe je dat doet? Of kan dat niet? Verstaat iedereen er wat anders onder en begrijpen we elkaar eigenlijk niet wanneer we over x91vergevenx92 spreken? Toch doen we meestal alsof het een duidelijk en eenduidig begrip is.

Is vergeving simpelweg het kwijtschelden van schuld? Maar wie moet dat dan doen, wie kan dat? Ik kan toch iemand slechts een schuld kwijtschelden die hij aan mij en mij alleen heeft? Of is er ook vergeving mogelijk in meer algemene zin? En hoe werkt dat dan?

Nu aan alle kanten verhalen opduiken over seksueel misbruik van kinderen binnen Rooms-katholieke instellingen komt opnieuw de vraag weer naar voren of er niet x91vergevenx92 moet worden. Helemaal nu het allemaal al zo lang geleden is. Laat toch rusten. Het is jarenlang min of meer het officixeble beleid geweest binnen kerkelijke instellingen, overigens niet alleen katholieke maar ook protestantse en neutrale, om x91vergeven en vergetenx92 te prediken.[4] Moet daar nu vanaf gestapt worden en moet dat nu allemaal weer opgerakeld worden?

Maar wanneer je de slachtoffers er over hoort praten en in hun stem het verdriet en de pijn weerklinkt die zij jaren met zich hebben meedragen, wie durft hen dan te zeggen dat ze maar moeten zwijgen en dat het toch hun x91morele plichtx92 is te vergeven en vergeten? Waarmee opnieuw genade voor de daders vxf3xf3r recht(vaardigheid) voor de slachtoffers gaat. x93Zonder bekentenis en oprecht berouw is vergeten niets anders dan een voortzetting van de misdaadx94, zegt de joodse auteur Manxe8s Perber.[5] x93Dus vergeef nooit voordat je er zeker van bent dat de schuldige van zijn kant zich zijn schuld altijd zal herinneren.x94

 

Vergeving die niet kan

Maar, bijvoorbeeld voor ouders wier kind is gestorven door de schuld van een ander, is vergeven dan wel mogelijk? In het boek Wraakgevoelens, met verhalen van ouders van vermoorde kinderen, wordt die vraag door de meeste ouders met nee beantwoord.

Terwijl er aan de ene kant in onze samenleving een haast ongeremde neiging tot onbeperkt vergeven te bespeuren valt, leeft er aan de andere kant ook vrij sterk de gedachte dat er vergelding hoort plaats te vinden, zeker voor zware misdaden als levensdelicten, hoe lang ook geleden, zoals blijkt uit de processen die vol overtuiging gevoerd worden tegen oorlogsmisdadigers als Demjanjuk en Boere, door de nabestaanden van hun slachtoffers.

Het doden van een medemens is een misdaad die onherroepelijk is en onomkeerbaar, die de levens van alle betrokkenen onherstelbaar beschadigt. Is vergeving dan mogelijk? Vanuit de christelijke traditie bestaat de neiging om daar ja op te antwoorden, want ieder mens is een kind van God en kan daardoor aanspraak maken op Diens genade en dus op de x91vergevingx92 van Zijn navolgers.

In de joodse traditie ligt dat totaal anders. x93Niemand kan een misdaad vergeven die een ander is aangedaan. Volgens de joodse traditie kan zelfs God Zelf alleen die zonden vergeven die Hemzelf zijn aangedaan, niet wat mensen is aangedaan,x94 schrijft rabbijn Abraham Joshua Heschel[6]. Voor moord is vergeving daarom onmogelijk, omdat de enige die vergeving zou kunnen schenken er niet meer is; voorgoed, voor altijd. Anderen hebben er het recht niet toe om te vergeven.

 

Wat zou ik doen?

Over x91de mogelijkheden en grenzen van vergevingx92 wordt op indringende wijze geschreven in het boek The Sunflower van Simon Wiesenthal.[7] Wiesenthal vertelt daarin hoe hij als gevangene in het concentratiekamp bij een stervende SSx92er wordt geroepen, die hem de verschrikkelijke misdaden die hij tegen joden heeft bedreven bekent. De man vraagt aan hem, als x91vertegenwoordiger van het joodse volkx92 om vergeving, voordat hij sterft. Wiesenthal hoort de verhalen aan en gaat daarna weg zonder iets gezegd te hebben. Hij blijft echter zitten met de vraag of hij daaraan goed gedaan heeft. Zijn medegevangen vinden van wel. Maar aan het eind van zijn verhaal legt hij aan de lezer dezelfde vraag voor: wat zou jij in mijn positie gedaan hebben?

Hij heeft die vraag daadwerkelijk voorgelegd aan een groot aantal mensen en hun antwoorden zijn gebundeld in het tweede deel van zijn boek. Er is een treffend verschil tussen de antwoorden van de mensen die in de joodse traditie zijn grootgebracht en van degenen die een christelijke achtergrond hebben. Dat viel de Amerikaanse televisiepresentator Dennis Prager op bij het lezen van de eerste uitgave van het boek. Bij de heruitgave in 1997 was hijzelf xe9xe9n van de genodigden om zijn antwoord op die vraag te geven.[8]

 

Verschil in traditie

Christenen en joden benaderen het probleem van het kwaad in de wereld en de vergeving die daarmee samenhangt op een geheel verschillende wijze. Er is dus inderdaad een verschil in opvatting mogelijk over wat onder vergeving moet worden verstaan. Er bestaat hierin geen joods-christelijke traditie; het betreft hier twee tradities die lijnrecht tegenover elkaar staan.

De joodse zienswijze is dat een dader alleen aan zijn slachtoffer om vergeving kan vragen en dat alleen het slachtoffer hem die kan schenken. God Zelf kan een dader niet vergeven, tenzij het slachtoffer dat eerst gedaan heeft. Daarom kan een moord nooit vergeven worden, omdat degene die dat zou moeten doen er niet meer is; moord is onvergeeflijk!

Zelfs ouders kunnen de moordenaar van hun kind niet vergeven. Wanneer je ervan uitgaat dat ouders dat wel zouden kunnen doen, dan beschouw je kinderen als eigendom in plaats van zelfstandige, unieke mensen.[9]

Dennis Prager uitte in zijn tv-programma zijn woede over het feit dat een kardinaal van de Rooms-katholieke kerk een aantal jongens, die een vrouw op een verschrikkelijk gewelddadige manier hadden mishandeld en verkracht, zodat ze het nauwelijks overleefde, in de gevangenis bezocht, met als enige boodschap: x93God houdt van jex94. Iedereen van christelijke huize die op het programma reageerde was het eens met de boodschap van de kardinaal, elke beller met een joodse achtergrond was het daarmee hartgrondig oneens.

Prager is een gelovige jood en zegt dat hij zijn hele leven lang, waarin hij de joodse leer heeft bestudeerd en onderwezen, nooit xe9xe9n jood heeft horen zeggen dat God van slechte mensen houdt. Hij concludeert dat er een diepgaand verschil in opvatting tussen jodendom en christendom is, over het kwaad in de wereld en wat er tegen te doen is.

Dat heeft grote gevolgen voor onze samenleving, die meer gexebrfd heeft uit de christelijke nalatenschap dan uit de joodse. Is het deze erfenis van x91vergevingsgezindheidx92 die ons rechtssysteem zodanig heeft bexefnvloed dat daarin meer aandacht voor de daders dan voor de slachtoffers bestaat en de klacht rechtvaardigt: x93De strafmaat is soms storend laag. Er wordt uitvoerig gekeken naar de gevolgen voor de dader, maar na het proces weten rechters nauwelijks hoe de levens van ouders verder verlopen. Of juist niet lopen.x94?[10]

De schrijfster Cynthia Ozick[11] verwoordt dit als volgt: x93Er wordt vaak van ons verwacht te denken: wraak maakt wreed, vergeving maakt mild. Maar het tegenovergestelde kan waar zijn. De rabbijnen zeiden: x91Al wie genadig is voor wie wreed is zal eindigen onverschillig te zijn ten aanzien van de onschuldigen.x92x94

 

Protest tegen onmenselijkheid

Na het uitzitten van hun straf hebben moordenaars x93hun schuld aan de samenleving voldaanx94, luidt de officixeble maatschappelijke consensus. x93Maar niet aan ons,x94 zullen veel nabestaanden denken, want zij blijven achter met het gevoel: x93Wij hebben levenslang en hij kan een nieuw leven beginnen.x94

Voedt deze christelijke erfenis in onze samenleving ook het idee dat wraak- en haatgevoelens eigenlijk geen recht van bestaan hebben? Maar ze zijn er wel. En de meeste ouders van vermoorde kinderen geven dat ook eerlijk toe. Zou het onderdrukken van die gevoelens niet schadelijker kunnen zijn dan ze de ruimte geven die hen toekomt? De joodse traditie biedt daar, lijkt mij, meer ruimte voor dan de christelijke.

De vergeving die bevrijdt (Hank Heijn) en helend werkt (Hans Stolp[12]), vraagt ons die gevoelens te verdringen omdat ze schadelijk voor onszelf zouden zijn. De joodse traditie laat opnieuw een ander geluid horen. x93Het tegenovergestelde van niet vergeven is noch wreedheid, noch koesteren van haat. Het is een manier van helen en erkennen van onze pijn en verdriet,x94 stelt Andrxe9 Stein[13].

Want doen we met vergeven eigenlijk wel recht aan de vermoorde kinderen? Horen de woede over hun dood en de haat- en wraakgevoelens als een levenslang protest tegen hun dood, niet ons hele leven lang te blijven bestaan om ons alert te houden tegen het kwaad in deze wereld, dat de levens van kinderen steeds weer bedreigt? Want, in de woorden van de grote joodse filosoof Emanuel Levinas: x93Een wereld waarin de vergeving almachtig is, wordt onmenselijk.x94



[1] Emanuel Levinas, Het menselijke gelaat. Basisboeken, Ambo, Baarn 19825. Blz. 46.

[2] Hank Heijn-Engel en Albert de Haan, Vergeven is een bevrijding. Trouw 8-8-09.

[3] Elma Drayer, Groots gebaar van Heijn, maar was Ferdi E. het waard? Trouw 6-8-09.

[4] Gerard Westerloo, De pater en het meisje. De Bezige Bij, Amsterdam 2010. Blz. 120. Brian Woods, Chosen. Documentaire over Britse kostschool. Volzin nr.6, 19-3-10.

[5] Simon Wiesenthal, The Sunflower. On the possibilities and Limits of Forgiveness. Schockken Books, New York 1997. Blz. 248.

[6] Simon Wiesenthal, The Sunflower. Blz. 171.

[7] Het boek is ook in het Nederlands vertaald: Simon Wiesenthal, De zonnebloem. Over de grenzen van vergeving. Becht, Haarlem 1997.

[8] Simon Wiesenthal, The Sunflower. Blz. 225-230.

[9] Simon Wiesenthal, The Sunflower. Blz. 226.

[10] Sophia Kammeijer, in: Wraakgevoelens. Verhalen van ouders van vermoorde kinderen. Vuyk & Co, Leeuwarden 2009. Blz. 203.

[11] Simon Wiesenthal, The Sunflower. Blz. 215.

[12] Hans Stolp, De genezende kracht van vergeving. Verslag lezing 22-3-2006.

[13] Simon Wiesenthal, The Sunflower. Blz. 253. Andrxe9 Stein is hoogleraar menselijk communicatie en psychotherapeut die Holocaustslachtoffers begeleidt.


By on 07:52
Herinneren:

Loslaten of vasthouden?

 

x85het idee dat [door de dood] een relatie eindigt en dat de rouwenden moetenophouden de overledene van wie zij zoveel houden nog langer te zien als een lidvan hun club van levenden, is een vergissing. (x85)

Doorte herinneren ontwikkelen relaties zich en worden hechter, ook wanneer iemandis overleden.

Lorraine Hedtke en John Winslade[1]

Vxf2xf2r en nxe0

Vooruitblikkenen terugkijken, het zijn vaste rituelen geworden die een jaarwisseling omgeven.Het lijkt wel op een rouwritueel. Want is dat niet wat ook mensen in rouwsteeds weer opnieuw doen? Voor hen doen zich niet alleen aan het einde van hetkalenderjaar x91jaarwisselingenx92 voor. De jaarwisseling waar vele rouwenden zichsteeds weer voor gesteld zien is die van de sterfdag; op die dag is eenhistorisch schisma opgetreden, een scheidslijn in de geschiedenis: er is eengeschiedenis vxf2xf2r die datum en er is een geschiedenis nxe0 die datum.

Soms,bij de meest onbenullige zaken waaraan door mijn omgeving of door de media eendatum geplakt wordt, bespringt mij ineens die gedachte: toen wisten we nog vanniets, x91geluk was nog heel gewoonx92, of: toen zaten we er al middenin, deonbevangenheid was weg, x91geluk was nooit meer heel gewoonx92. Er is altijd eenvxf2xf2r en een nxe0 de ramp.

 

Een gezicht

Ditgrote schisma in onze persoonlijke geschiedenis is van een zwaarte die alleandere grenzen doet vervagen. Het is altijd op de achtergrond in mijn gedachtenaanwezig, om met een zekere regelmaat zich weer naar de voorgrond te dringen.Niets anders is op een dergelijke prominente wijze in mijn leven aanwezig.

VeelZeeuwen spreken na meer dan 50 jaar nog steeds van vxf2xf2r en van nxe0 dewatersnoodramp. In de VS spreekt men van vxf2xf2r en nxe0 nine-eleven(9/11), de instorting van deTwintowers. Maar dat hier een grens in de tijd ligt geldt eigenlijk alleen voorde rechtstreeks betrokkenen, want voor mij persoonlijk geldt die grens niet,voor mij ligt er een andere scheidslijn, op een andere plaats, op een andertijdstip.

Inxe9xe9n van de indrukwekkendste uitzendingen van het KRO-programma de Rexfcnie waarin klasgenoten van AnneFrank bij elkaar kwamen, zei xe9xe9n van hen: x93De Duitsers hebben niet zes miljoenJoden vermoord, ze hebben zes miljoen maal xe9xe9n Jood vermoord.x94 Zes miljoen maaleen persoonlijke ramp. Wie kan zich wat voorstellen bij zox92n getal van zes miljoen?Maar als daaruit opeens gezichten oplichten, danx85 Het gaat niet om getallen,het gaat om mensen; om die ene mens, die wij kennenx85

Hetzelfdegeldt voor de slachtoffers van de aanslag op het Wereldhandelscentrum: ervielen niet 4000 slachtoffers, nee, er viel 4000 maal xe9xe9n slachtoffer; het iseen persoonlijke ramp voor vierduizend maal het aantal familieleden dat elkslachtoffer had. Zelfs een getal als 4000, wat zegt het mij, behalve dat hetveel is? Maar dan die portretten, die gezichten van telkens xe9xe9n mens, van wiezielsveel gehouden wordtx85 

 

Anders

Zopersoonlijk als al de werelden zijn, die vergaan bij de dood van een mens vanwie wij houden, zo persoonlijk is de strijd die wij daarna voeren om daarmeeverder te kunnen leven. Telkens weer merk ik dat, wanneer ik de verhalen vananderen hoor en die leg naast mijn verhaal. Zoveel herkenning en toch telkensook weer zoveel verschillen.

Hoeparallel aan elkaar soms onze wegen ook lopen, nooit gaan wij exact dezelfdeweg, want in onze meest nabije positie staan we en gaan we hooguit naast elkaar; een miniem verschil, maartochx85 En vaak gaan we bewust of onbewust iets verder uit elkaar lopen of slaan(al is het maar voor even) een andere weg in, die ons beter uitkomt, onze pijndraaglijker maakt.

x93Ikzou niet graag in jouw schoenen staan,x94 zegt iemand. x93En wat dan nog?x94 antwoordik, x93Als jij in mijn schoenen staat betekent dat, dat ik ergens anders sta, ookal is het vlak naast je.x94

  

Blijvende band

Hetpasseren van scheidslijnen, van grenzen, nodigt ons uit tot vooruitzien enterugkijken, doet ons hopen en herinneren, plannen maken en gedenken. Zonderverleden is er geen toekomst.

Mensenvan betekenis, mensen die wij liefhebben, blijven altijd op een of andere wijzebij ons, zijn altijd bij ons in onze herinnering. We stellen hen present in onsleven door hen te gedenken, door elk op onze eigen wijze hen in ons leven tebetrekken. We houden hen x91levendx92, want x93dood ben ik pas als jij mij bentvergeten…x94 zingt Bram Vermeulen.[2]

Herinnerenis vasthouden, gedenken is daaraan op een of andere manier vorm geven, al ofniet zichtbaar voor de mensen om ons heen. Welke ouder laat zijn kinderenx91losx92? Levend of dood? Nee ik bedoel met vasthouden niet x91vastketenenx92, of totverstikkens toe omknellen, ze te claimen. Ik bedoel: hen laten gaan, ze in allevrijheid hun eigen weg laten kiezen, ze mogen hun eigen fouten maken, al is hetvaak niet zonder mijn waarschuwing. Maar ik laat ze niet los, in de zin vanalle banden doorsnijden, niet meer naar ze omzien.

Ookover de scheidslijn van de dood heen blijft de band met mijn kind bestaan. Endat blijkt heel x91normaalx92 te zijn, zoals ik hoor in de verhalen van anderen, dieook iemand van wie zij zielsveel houden aan de dood verloren. Hoe zou je jeliefste kunnen x91vergetenx92? Alleen dingen, gebeurtenissen, mensen, die absoluutgeen betekenis voor je hebben kun je vergeten, nooit iemand die een wezenlijkdeel van jouzelf uitmaakte, dat eigenlijk de rest van je leven zal blijvendoen, zelfs na haar of zijn dood.

 

Filteren

Zelfsde bedenker van de x91rouwtakenx92, de Amerikaanse psycholoog dr. J. William Wordenheeft in de vierde geheel herziene uitgave van zijn handboek voor de geestelijkegezondheidszorger, de laatste van de vier door hem ooit geformuleerderouwtaken, opnieuw onder woorden gebracht als: het vinden van een blijvende binding met de overledene entegelijk een nieuw leven beginnen[3]. Daarmee neemt hij afstand van de freudiaanseopvatting, waar hij in de eerste uitgave van zijn boek vanuit ging, dat we onsemotioneel moeten losmaken van de overledene, om onze liefde voortaan op anderente kunnen richten, tijdens ons verdere leven.[4] Net als in vrijwel alle andere rouwmodellenging hij er vanuit dat rouw op een gegeven moment moet worden afgesloten omverder te kunnen leven.

Maarondanks deze aanpassing, waarbij dit idee wordt losgelaten, blijven velenkritiek houden op dit in de rouwtherapie veel gebruikte model, omdat het deuniciteit, het uniek zijn van ieders rouw, te kort doet. De veronderstellingdat iedere rouwende dezelfde x91rouwarbeidx92 moet verrichten blijkt niet juist tezijn, en rouwmodellen, hoe ook geformuleerd, suggereren dat dat wel het gevalis.[5] Het ontwerpen van modellen als zodanigis immers bedoeld om eenheid in een onoverzichtelijke verscheidenheid tescheppen? Dat mag uit wetenschappelijk oogpunt heel voor de handliggend zijn, omdatmen in de wetenschap streeft naar generalisaties, maar in de praktijk van begeleidingvan rouwenden levert dit het grote gevaar op dat het unieke van iederslevensverhaal niet wordt verstaan, omdat het wordt gefilterd door een van tevoren vaststaand x91begeleidingsmodelx92 (of moeten we zeggen x91behandelingsmodelx92?).

 

Ont-moeten

Echter,het overheersende kenmerk van rouw is vaak totale, niet aan regels of modellenbeantwoordende, chaos, waarop geen pasklare antwoorden te geven zijn. Het isdaarom van cruciaal belang om volledig en onbelemmerd open te staan voor derespons van iedere rouwende op haar en zijn eigen unieke situatie.[6] De fundamentele eenzaamheid die velendie rouwen ervaren[7], komt vaak voort uit gebrek aan openheiden de bevooroordeelde visie op rouw in haar of zijn omgeving: er moet x91rouwarbeidx92 verricht worden, er moeten x91fasenx92 doorlopen worden, er moeten x91takenx92 verricht worden, er moet gepraat worden, er moet gehuild worden, er moet aanvaard wordenx85 Het lijkt wel ofiedereen, behalve ikzelf, precies weet wat goed voor mij is, wat ik allemaal moet doen wil ik goed door mijn rouwheen komen, mijn rouw kunnen x91afsluitenx92. Open staan voor elkaar, echtluisteren, niet alleen naar woorden maar ook naar de lichaamstaal, bedacht zijnop onverwachte wendingen in verhaal en gedrag, kunnen ons bevrijden van debelemmeringen en misvormingen die traditionele rouwmodellen ons willenopleggen.[8] Het enige wat we echt moeten is ont-moeten!

  

Levensverhaal

Daardoorzal ook de uiteindelijke uitgang uit de doolhof van rouw niet voor iedereen opdezelfde plaats liggen. Voor de xe9xe9n openen zich andere perspectieven en op geheelverschillende plaatsen, dan voor de ander. En ook de wijze waarop wij onzeherinneringen vorm geven in ons gedenken zullen heel grote verschillen kunnenvertonen.

Maarwelke vormen we hier ook voor onszelf vinden, wezenlijk is dat onze overledenkinderen deel blijven uitmaken van ons leven. Rouwtherapeuten Lorraine Hedtkeen John Winslade schreven daar een boek over dat zij noemden: Re-membering Lives[9], letterlijk: x91Het herinneren vanlevensx92. Met het in de titel aangebrachte verbindingsstreepje willen zij dedubbelzinnigheid van de term benadrukken. Het Engelse woord x91memberx92 betekentx91lidx92; x91re-memberingx92, dat wij normaal vertalen met x91herinnerenx92, betekent dusook: opnieuw lid maken vanx85

Doorte herinneren, te gedenken, verhalen over hen te vertellen en daarin hungeschiedenis te verweven in ons eigen unieke levensverhaal, laten wij onzeoverledenen voortleven door hen opnieuw lid van onze levensgemeenschap, onzex91club van levendenx92, te maken. Wij weigeren daarmee de herinnering aan hen vanwie wij zoveel houden x96 nog steeds, ook na hun dood x96 verloren te laten gaan.[10]

Hunnamen blijven we noemen, want x91ze zijn pas dood als wij hen zijn vergetenx92.

 


[1] Lorraine Hedtke, John Winslade, Re-memberingLives. Conversations with the Dying and the Bereaved. Baywood PublishingCompany, Amityville NY 2004. Blz. 8 en 123.

[2] Bram Vermeulen, Testament. Op verschillende cdx92s oa. Tijdloos.

[3]J. William Worden, Grief Counseling andGrief Therapy. A Handbook for the Mental Health Practitioner. Fourth edition.Springer Publishing company, New York 2009. Blz. 50: x93Task IV: To Fin danEnduring Connection With the Deceased in the Midst of Embarking on an NewLife.x94

[4]J. William Worden, GriefCounseling and Grief Therapy. Third Edition. A Handbook for the Mental HealthPractitioner. Springer Publishing Company, New York 2002. Blz. 35.

[5]Thomas Attig, How WeGrieve. Relearning the World. Oxford University Press, New York 1996. Blz.47 ev..
Lorraine Hedtke, John Winslade,Re-membering Lives. Conversations with the Dying and the Bereaved.Baywood Publishing Company, Amityville NY 2004. Blz. 26-29, 43.
Richard G. Tadeschi &Lawrence G. Calhoun,
Helping bereavedparents. A clinicians guide. Blz. 30.

[6]George Hagmann, Beyond Decathexis: Towarda New Psychoanalytic Understanding and Treatment of Mourning. In: Robert A. Neimeyer (Ed.), MeaningReconstruction and the Experience of Loss. American PsychologicalAssociation, Washington D.C. 2003. Blz. 25.

[7]Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Kok, Kampen 200410.Blz. 16 ev. (Hoofdstuk 2: De eerste klacht: eenzaamheid).

[8]George Hagmann, Beyond Decathexis: Towarda New Psychoanalytic Understanding and Treatment of Mourning. Blz. 29.
Lorraine Hedtke, John Winslade, Re-membering Lives. Blz. 37 ev..

[9]Lorraine Hedtke, JohnWinslade, Re-membering Lives. Conversations with the Dying and the Bereaved.Baywood Publishing Company, Amityville NY 2004.

[10]Lorraine Hedtke, JohnWinslade, Re-membering Lives.Blz. 10.

20 June 2010
By on 10:36
Het wegen van verdriet:

Onze kat is dood…

De dood van een kind is niet te vergelijken met welk ander verlies dan ook. (…) De traditionele kenmerken die gewoonlijk gebruikt worden om pathologische rouw vast te stellen zijn heel normaal voor rouwende ouders en kunnen dus niet gebruikt worden om te bepalen wat abnormaal is voor deze speciale vorm van rouw.

Therese A. Rando [1]

Gotspe

Hoe wel we het met ons verstand misschien wel kunnen beredeneren (en willen toegeven) dat je het verdriet van de een niet moet vergelijken met dat van de ander, vraag ik mij toch af of we daar gevoelsmatig ook altijd toe in staat zijn. Ik denk dat dit een probleem is dat al bestaat zolang mensen worden geconfronteerd met zeer verschillende verliezen; zolang er mensen zijn.

Ook in de rouwliteratuur wordt er regelmatig op gewezen dat we er niet aan kunnen ontkomen te erkennen dat er grote verschillen zijn. Hoewel het heel gevaarlijk is om de intensiteit van het verdriet om verschillende verliezen te wegen ten opzichte van elkaar (“Mijn verlies is erger dan dat van jou”), is het minstens zo gevaarlijk om geen rekening te houden met de verschillende unieke dilemma’s waarvoor men bij zeer verschillende soorten verlies gesteld kan worden.[2]

Toen we jaren geleden in ons land te maken kregen met de varkenspest, zei een boerinvan een van de getroffen bedrijven waarop de dieren geruimd werden, dat bij het afvoeren en afmaken van de biggen het was alsof het haar kinderen betrof. Ik heb bij het zien en horen daarvan iets gezegd wat niet zo netjes was.

Het is natuurlijk verschrikkelijk wanneer je het bedrijf dat je met hart en ziel hebt opgebouwd en waaraan je verknocht bent te gronde ziet gaan – voor veelboeren is hun bedrijf niet slechts een middel om zich een inkomen te verschaffen, het is hun ‘bestaan’, een wijze van leven - maar om bij het ‘ruimen’ van dieren vergelijkingen te maken met concentratiekampen en het verlies van kinderen, gaat te ver, is een aanslag op het hart en de ziel van overlevenden van die kampen en van ouders van overleden kinderen. Kom op zeg, je fokt dieren met de bedoeling om ze te laten slachten; het gaat hier om vleesproductie. Wanneer eendagsbiggen een lekkernij zouden zijn en er veel geld mee te verdienen valt, zou je ze zelfs direct na hun geboorte laten afmaken, die lieve, kleine biggetjes, en nu tranen met tuiten huilen omdat ze gedood worden zonder dat je er winst op kunt maken? Mijn woede en ergernis laait weer op nu ik deze beelden en uitspraken in mijn herinnering naar boven laat komen. Wat een gotspe, hoe kwetsend voor velen die in diepe rouw gedompeld zijn omdat een van de mensen van wie zij zielsveel houden is overleden.

De kat is dood

Maar er zijn ook mensen die zielsveel van hun huisdier(en) houden. Ik moet toegeven,ik kan mij niet in deze mensen verplaatsen. Ik begrijp niets van kostbare dierenbegrafenissen en -crematies, alsof het mensen, alsof het kinderen betreft. Meende hij het serieus of zag ik spot en cynisme in de ogen van Midas Dekkers toen hij werd geïnterviewd over de nieuwe mogelijkheden van psychologische begeleiding van huisdieren aan de universiteit van Utrecht?

Wij zijn een keer mee geweest met een goede vriendin van ons toen ze haar hond liet cremeren. Ze was moeder van drie kinderen van wie er twee zijn overleden. De hond was een jarenlange kameraad in haar rouw en ik kon begrip opbrengen dat de dood van dit dier haar verdriet versterkte. Ze was zich daarvan bewust en relativeerde zelf dit verlies: “Het is een hond hoor,” zei ze tegen ons (maar, let wel, ze liet daarbij het woord maar weg).

Ik kan met mijn verstand wel beredeneren dat mensen in hun eenzaamheid al hun liefde projecteren op hun huisdieren en dan bij hun dood om hen rouwen als of het mensen zijn. Maar ik sta niet in hun schoenen en kan het niet met hen meevoelen. Ik geef toe, er zijn veel situaties waarin ik het verdriet van anderen weeg, onbewust of min of meer bewust, en dat ik mij eerlijk gezegd niet kan voorstellen dat een dergelijk verlies ‘een verlies voor het leven’ is. “Our cat died, we know how you feel,” zingt Alan Pedersen, wiens dochter Ashley om kwam bij een auto-ongeluk, in een lied dat hij maakte over de vele clichés die rouwenden te horen krijgen.[3]


Belevingsgebieden

Het is een populaire opvatting bij allerlei verliestherapeuten dat er om vrijwel alle verliezen in je leven ‘gerouwd’ moet worden, of het nu de dood van je kind betreft of het verlies van je baan, of het gaat om het verlies van je oude vertrouwde omgeving bij een verhuizing of van je werkkring wanneer je met pensioen gaat, bij het verlies van je jeugdliefde en wanneer de kinderen het huis uitgaan… Talloze voorbeelden van meer of minder intense verliezen kunnen hier aan toegevoegd worden.

Wanneer om elk van deze verliezen gerouwd moet worden, wat bedoelen de mensen die deze opvatting zijn toegedaan dan eigenlijk? Welke betekenis krijgt het woord ‘rouwen’ daardoor? Ben je dan niet bezig dit woord van zijn eigenlijke betekenis te ontdoen? Het begrip te devalueren?

In de ‘Dikke Van Dale’ wordt ‘rouw’, in alle gegeven betekenissen, steeds in verband gebracht met verlies aan de dood. Nu is op veel begripsomschrijvingen van dit woordenboek wel het een en ander af te dingen, maar het zegt wel iets, omdat de samenstellers zich vaak aansluiten bij betekenissen die ‘algemeen gebruikelijk’ zijn.

Ik kom misschien iets verder aan de hand van Wim ter Horst, die schrijft[4]: “Ik vind het verhelderend om drie belevingsgebieden te onderscheiden; dat van de ‘zinnen’ (het naar de zin hebben, ergens de zinnen op zetten), dat van het ‘Ik’ en dat van het ‘hart’.”

Wanneer ik een verlies lijd in het gebied van de ‘zinnen’, mijn zin niet krijg, dan is er sprake van een teleurstelling. Wanneer ik op het gebied van het Ik een deel van mijzelf kwijt raak, Ik-verlies lijd, moet ik mijzelf zien te hervinden door te rouwen. Maar wanneer ik in mijn hart word gekwetst, mijn hart breekt – mijn hart, dat mijn diepste wezen bij elkaar houdt -, dan beleef ik een ervaring die onuitwisbaar is.

Teleurstelling

Dit onderscheid dat Ter Horst maakt, verduidelijkt mij veel, maar tegelijk wijst hij mij er mee terecht, om niet te snel te oordelen over het leed waar anderen onder te lijden hebben.

Er zijn mensen die zo gewend zijn aan een bepaalde levenswijze, zich daar zo ophebben ingesteld, dat ze oprecht menen armoede te lijden, wanneer ze als gevolg van de kredietcrisis hun vakantiehuis moeten verkopen of in een goedkopere auto moeten gaan rijden. Aan een teleurstelling lijd je wanneer je je zin niet krijgt. Door dan je ‘zinnen te verzetten’ zou je een teleurstelling kunnen overwinnen, hoewel dat soms zeer moeilijk is en veel, niet te onderschatten strijd kan kosten.[5]


Ik-verlies

Voor wie wordt ontslagen kan het verlies van zijn baan een zware teleurstelling zijn, waar moeilijk overheen gekomen kan worden. Het kan ook een opluchting zijn, omdat je je er toch al niet erg in thuis voelde. Maar wanneer die baan je lust en je leven is, wanneer je niet een baan hebt, maar in zekere zin je baan bent, dan verlies je met je baan een stuk van jezelf, lijd je Ik-verlies. Dat geldt ook voor mensen die met pensioen gaan, voor de één een bevrijding, voor de ander een soms heel zwaar verlies. Voor de één is zijn huisdier gewoon een kat of een hond, die als ze doodgaan gewoon te vervangen zijn, de ander is zo met hen vergroeid dat ze een deel van haar- of hemzelf zijn geworden, als ze doodgaan is er sprake van Ik-verlies.[6]

Het zijn voorbeelden waarbij ik wel eens denk, dat ik door de dood van mijn kind alles wat voor anderen misschien grote waarde heeft te veel ben gaan relativeren. Er zijn zeer grote verschillen in ervaring, die ook om erkenningv ragen, hoeveel moeite ik daar, gezien mijn eigen ervaring, ook mee heb.

Onvervuldheid: gekwetst zijn in het hart

Soms gaat een verlies ver over de grenzen van teleurstelling en Ik-verlies heen, mijn leed vindt niet plaats in de wereld, mijn pijn maakt geen onderdeel uit van mijn werkelijkheid, nee, ik beleef het vergaan van mijn wereld, de werkelijkheid waarvan ik deel uitmaak is leed! Mijn hart dat mij als persoon, als individu, bij elkaar houdt, breekt, ik dreig uit elkaar te vallen.

Het raadsel van de onvervuldheid is niet op te lossen, maar dat betekent niet dat ik het maar moet aanvaarden, mij er in berusting bij neer moet leggen. Het betekent wel dat rouwen levenslang wordt, want wat ik heb verloren is niet te hervinden; de wereld, alles om mij heen, en ikzelf, alles is voorgoed veranderd.[7] Ik ervaar “dat de werkelijkheid niet is zoals hij behoort te zijn en dat ik dus ook niet ben die ik behoor te zijn; dat God niet is die ik dacht dat Hij was; dat alles wat ik geleerd heb en geloofd heb, te kort schiet.”[8] Alles, echt alles is anders! En alleen ik lijk dat door te hebben! Wat een eenzaamheid! Ik ga door het dal van diepe duisternis, ook wel de hel genoemd, en het lijkt vrijwel onmogelijk van daaruit een nieuw leven op te bouwen.[9] En toch hoef ik dat niet te accepteren, ik kan dit niet aanvaarden, ik wil de ‘wereld opnieuw leren’, proberen mijn levensverhaal opnieuw te vertellen, mijn leven opnieuw te leven met de ervaring die ik nu heb, ‘sadder and wiser’.[10]


Onvergelijkbaar

Soms vraag ik mij af of ik het kan volhouden om alle nuances in ervaringen van verlies en het daarmee gepaard gaande verdriet recht te doen. Ik begrijp de moeder die mij zegt dat zij geen begrip kan opbrengen voor het ‘overmatige’ rouwbetoon bij het verlies van ouders die een hoge leeftijd hebben bereikt: “Het was hun tijd. Zij hebben hun leven gehad. Mijn kind had nog een heel leven voor zich.”

Toen mijn ouders stierven waren ze beide ‘oud en der dagen zat’; het hoefde niet meer, het was genoeg geweest. Ik had verdriet, maar mijn wereld was niet vergaan. Toen mijn kind stierf, was dat totaal anders. De wereld verging, alle veiligheid was weg, niets was meer betrouwbaar, totale machteloosheid, een helse ervaring… Alle metaforen die we er voor kunnen verzinnen zijn onmachtig die ervaring goed onder woorden te brengen; elk woord is eigenlijk te veel, alle woorden van de wereld zijn te weinig om dit verdriet te ‘vertalen’.

Rouwen als je met pensioen gaat? Om ontslag? Omdat de hond is doodgegaan? Om een verloren puberliefde? Om… Ik wil niemand in zijn of haar verdriet te kort doen. Maar toch…

Steeds vaker wordt ook door wetenschappelijke onderzoekers en rouwtherapeuten vanuit hun praktijk, met name door hen die ook ervaringsdeskundigen zijn, er op gewezen dat de dood van een kind een verlies is dat niet te vergelijken is met welk ander verlies dan ook[11], zoals blijkt uit het citaat, waarmee ik mijn betoog ben begonnen.

Onvergelijkbaar, de suggestie van wegen zit er in. Onvergelijkbaar, het is maar wat je er onder verstaat.

 

[1] Therese A. Rando (Ed.), ParentalLoss of a Child. Research Press, Champaign, Illinois 1986.Blz. xiii.

[2]ThereseA. Rando (Ed.), Parental Loss of a Child. Blz. xii.

[3]x93Onze kat is doodgegaan, we weten hoe jij je voelt.x94 Alan Pedersen, Worn Out Clichxe9x92s. Van de cd More songs from the journey. EverAshleyMusic, 2008.

[4]Dr. W. ter Horst, Nieuw licht. Over liefhebben, opvoeden en troosten. Kok, Kampen 1997. Blz. 69.

[5] Wim ter Horst, Over troosten enverdriet. Kok, Kampen 200410. Blz. 40.

[6] Wim ter Horst, Over troosten enverdriet. Blz. 42.

[7]Marinus van den Berg, Rouwen in de tijd. Een zoektocht in het landschap vanafscheid en verlies. Ten Have, Kampen 2009. Blz. 182.

[8] Wim ter Horst, Over troosten enverdriet. Blz. 47. Zie ook: Dennis Klass, The Spiritual Lives of Bereaved Parents. Brunner/Mazel,Philadelphia P.A. 1999. Blz. 126 ev.

[9] Dr. W. ter Horst, Nieuw licht. Blz. 69.

[10] Thomas Attig, HowWe Grieve. Relearning the World. Oxford University Press, New York 1996.

[11] Kay Talbot, WhatForever Means After the Death of a Child. Brunner-Routledge, New York 2002.Blz. 48.

8 February 2010
By on 10:50
Is rouw een ziekte?

Wie rouwt behoeft troost, geen therapie

Over het algemeen neemt de intensiteit van psychische ontreddering en het aantal keren dat het optreedt in de loop van de tijd af. Echter, bij sommige mensen kan het vele jaren duren voordat de pijn duidelijk vermindert, en soms gebeurt dat in het geheel niet.
Richard G. Tadeschi en Lawrence G. Calhoun[1]

Geen traan laten
Laatst hoorde ik het weer iemand zeggen: x93Ik heb een mooi leven gehad. Om mij hoeven ze geen traan te laten.x94
Ik begrijp dit soort uitlatingen niet. Beseffen mensen dan wel wat ze zeggen? Je kunt dergelijke uitspraken in vele varianten horen. x93Hij zou ook niet gewild hebben dat ik zo verdrietig om hem ben.x94 (Oxf3k niet? Wie nog meer dan? Waar-om zeg ik dit eigenlijk?) x93Je houdt haar vast met je verdriet, zo kan zij niet verder, zij heeft het daar goed.x94 (O ja, hoe weet je dat?) x93Zij zou niet gewild hebben dat ik bij de pakken neer zit.x94 (Is dat zo, of wil ik niet toegeven dat ik lamgeslagen ben?) x93Hij zou ook gewild hebben dat je verdergaat met je leven.x94 (Maar ik heb er nu de energie niet voor.)
Is dit soms wat vaak wordt aangeduid als x91ontkenningx92? In ieder geval, wanneer dit maar vaak genoeg wordt herhaald, vooral wanneer dat in je omgeving gebeurt, zadelt het nabestaanden, naast het verdriet dat ze al hebben, ook nog op met een schuldgevoel: x93Het is niet goed, het hoort niet dat ik verdrietig ben.x94

Verdriet mogen hebben
Ik begrijp hier niets van. Waarom zou ik niet verdrietig mogen zijn? Waarom zou ik niet wanhopig, radeloos en woedend mogen zijn, wanneer iemand van wie ik zielsveel houd sterft, wanneer iemand die een wezenlijk deel van mijzelf uitmaakt voorgoed uit mijn leven verdwijnt? Waarom moet ik flink zijn en sterk en mag ik niet een tijdlang apathisch bij de pakken neerzitten, wanneer de wereld om mij heen is vergaan en ik totaal geen idee heb van wat mij overkomt?
Wanneer ik geen traan mag laten, wanneer ik geen verdriet mag hebben om iemand van wie ik houd, dan zou dat toch betekenen dat die persoon totaal niets voor mij betekend heeft? Van geen enkel belang voor mij was in mijn leven? Wanneer je dat zegt: x93Om mij hoef je geen traan te latenx94, zeg je toch in feite: x93Ik ben van geen waarde voor jou, waar-om zou je van mij houden? Vergeet me maar zo snel mogelijk.x94
Wanneer iemand sterft van wie je zielsveel houdt, dan kan het toch niet anders dan dat je verdriet zult hebben, veel verdriet, zelfs ondraaglijk veel verdriet. En dat verdriet zal aanhouden, lang aanhouden, misschien wel levenslang, omdat je liefde voor een leven lang bedoeld is, zeker wanneer het je kind betreft. Moeder en vader word je voor je leven en daarom houd ik van mijn kind, onvoorwaardelijk, mijn leven lang. Wanneer dat kind sterft dan sterf ik mee en dan zal er verdriet zijn, ook mijn leven lang. Rouw om mijn kind draag ik de rest van mijn leven.

Psychische stoornis
En dan krijg ik van iemand een stukje uit een regionale krant te lezen: x91Zware vorm van rouw is een psychische stoornisx92.[2]  Een journalist haakt in op een artikel dat is verschenen op het wereldwijde web, in het internettijdschrift PLoS Medicine,[3]  waarin een groot aantal psychologen en therapeuten die zich met rouwonderzoek en -therapie bezighouden, er voor pleit om rouw die langer dan zes maanden duurt als psychische stoornis op te nemen in de nieuwe uitgaven van enkele psychiatrische en medische handboeken die in 2010 moeten verschijnen.[4]  Naast afkortingen als ADHD, PDD-NOS, PTSD voor diverse psychische stoornissen, zal nu mogelijk de letterreeks PGD van prolonged grief disorder (verlengde rouw stoornis) daarin zijn intrede doen.
Een van de co-auteurs is Paul Boelen, klinisch psycholoog en psychotherapeut verbonden aan de universiteit van Utrecht. Volgens Boelen vertonen x91PDG-patixebntenx92 een verhoogd risico op emotionele problemen en vermindering van levenskwaliteit. x93PGD is heel iets anders dan gewone rouw. De essentie van gecompliceerde rouw is een aanhoudend en intens verlangen naar een overleden dierbare. Een dusdanig verlangen dat de patixebnt minstens zes maanden na het overlijden van de dierbare, ernstige beperkingen ervaart in het dagelijks functionerenx94, aldus Boelen.[5]

Te lang
Maar wat is dat dan: x91gewone rouwx92? En hoe lang zou die moeten duren en wie bepaalt dat?
Op de website van PLoS Medicine reageert een lezer[6] :
"Is dit de moderne tijd die zegt: okxe9, zes maanden is lang genoeg, herpak jezelf en ga verder met je leven?
Hoe meet je het verlies, de pijn, wanneer de liefde van je leven sterft nadat je 50 jaar met hem bent samen geweest? Hoe kun je zeggen dat langer dan zes maanden verdrietig zijn om zijn dood een ziekte is? Mijn vader stierf in juni 2005 en mijn moeder is nu weer in staat om naar buiten te gaan. Maar zij is niet ziek geweest. Het heeft een tijd geduurd voordat ze zich realiseerde dat zij wat meer tijd van leven heeft gekregen dan mijn vader en activiteiten kan ondernemen zonder hem. Het koste mij drie jaar om te herstellen, maar ik heb een geschiedenis van depressies en ben daardoor misschien wat kwetsbaarder. Ik denk dat rouwen een heel persoonlijke ervaring is en voor iedereen totaal verschillend en niet te vangen is in zes maanden.
"
En in het Eindhovens Dagblad schrijft een moeder in een ingezonden brief[7] :
"Had ik een psychische stoornis toen ik een halfjaar na het overlijden van mijn kind nog moeite had met mijn dagelijks functioneren? Had ik last van PGD (Prolonged Grief Disorder) toen ik een half jaar na de dood van mijn kind nog steeds de draad van mijn leven niet kon oppakken en nog steeds intens naar mijn kind verlangde?
(x85) Het leven wordt wel weer leefbaar maar het verdriet is levenslang. Ik vind het heel erg dat door dit artikel een groep mensen die volgens deze zogenaamde x91deskundigenx92 te lang om een dierbare rouwen, wordt weggezet als mensen met een psychische stoornis.
"

Energie en ego
Het is al bijna tien jaar bekend dat een aantal mensen bezig is naar een dergelijke standaarddiagnose van x91gecompliceerde rouwx92 toe te werken.[8]  Het lijkt voort te komen uit de traditionele Freudiaanse opvatting dat rouw binnen een bepaalde tijd behoort te worden afgesloten. Dit uitgangspunt is in vrijwel alle daarna ontwikkelde rouwmodellen overgenomen. Wanneer de rouwende niet in staat is zich los te maken van de gestorven geliefde en in zekere zin een relatie met hem of haar blijft onderhouden is er sprake van niet voltooide rouw of, nog erger, van pathologische rouw; rouw als ziekte.[9] 
Echter in de loop van de jaren is het inzicht gegroeid dat het heel normaal is dat nabestaanden de rest van hun leven een band met hun overleden geliefden blijven onderhouden en dat er vaak een leven lang telkens opnieuw gerouwd moet worden, omdat in nieuw ontstane situaties steeds opnieuw dochter of zoon, vrouw of man, moeder of vader, worden gemist, en de leegte intens wordt ervaren.[10] 
Zo heeft J. William Worden in de laatste uitgave van zijn standaardwerk zijn bekende rouwmodel met de vier rouwtaken daaraan aangepast; de vierde taak luidt nu: het vinden van een blijvende band met de overledene terwijl er tegelijkertijd met een nieuw leven wordt begonnen.[11]
In dat boek[12]  geeft Worden ook nogal stevige kritiek op het ontwikkelen van criteria voor x91gecompliceerde rouwx92 voor het internationale handboek met diagnoses voor mentale stoornissen (DSM-V):
"In 2005 werd een oproep gedaan aan onderzoekers om gefundeerd empirisch onderzoek te doen om de voor opname in het DSM-V, dat in 2010 zou moeten verschijnen, voorgestelde criteria voor gecompliceerde rouw te evalueren. Zulk onderzoek kan leiden tot veranderingen en aanpassingen van de bestaande criteria, maar ik betwijfel of het zal leiden tot de conclusie dat een dergelijke diagnose geen goed idee is. Er is al teveel energie en ego in deze diagnose gexefnvesteerd om deze poging alsnog te schrappen."

Rouw als ziekte?
Ook Kay Talbot, psychotherapeute en moeder van een overleden kind, waarschuwt al in 2002 dat de voorgestelde criteria omstreden zijn en eigenlijk heel x91normalex92 uitingen van rouw zijn, zeker wanneer het ouders van overleden kinderen betreft.[13]  Zij haalt daarbij haar collega Therese A. Rando aan, die stelt dat men eigenlijk helemaal niet in staat is om vast te stellen wat normale en wat pathologische (ziekelijke) rouw is. Daardoor heeft men van rouwende ouders vaak zeer overtrokken en onrealistische verwachtingen, waaraan zij in geen enkel opzicht kunnen voldoen.[14]
Maar Rando verbreedt die kritiek door er op te wijzen, dat andere onderzoekers hebben vastgesteld, dat ook wanneer mensen hun partner verliezen, er meestal veel langer wordt gerouwd dan over het algemeen wordt aangenomen en dat er ook tussen hen vaak een levenslange relatie blijft bestaan, over de grens van de dood heen.[15]  Wanneer een studiegroep van de Universiteit van Harvard al in de jaren x9270 concludeert dat x93de meeste weduwen geen twee of drie jaar over hun gestorven echtgenoot treuren, maar hun hele leven,x94[16]  dan doet een tijdscriterium van een half jaar haast belachelijk aan. Het x91hun leven ontregelende hartstochtelijke verlangen naar de overledene en de pijn die daarom gele-den wordtx92, en zeker vijf van de volgende x91symptomenx92 zouden zich dan niet meer mogen voordoen: (1) moeite met het accepteren van de dood, (2) het verlies van vertrouwen in anderen, (3) buitengewone bitterheid over de dood, (4) zich ongemakkelijk voelen om verder te leven, (5) een gevoel van lamgeslagen zijn door de verbroken relatie, (6) een gevoel hebben dat je leven leeg en zonder betekenis is zonder de overledene, (7) het gevoel dat er nauwelijks nog toekomst is, (8) gevoelens van agitatie. Wanneer deze symptomen na een half jaar nog steeds een ontregeling van het dagelijks leven veroorzaken, zowel in je sociale contacten als op je werk, tja, dan ben je dus ernstig ziek.[17] 
Ik kom nu, na meer dan 15 jaar, dus tot de ontdekking dat ik aan x91PGDx92 heb geleden, dat ik kennelijk behoorlijk ge-stoord ben geweest en dat misschien nog wel ben, als ik bepaalde x91deskundigenx92 zou moeten geloven. Maar ik ben er dan toch aardig in geslaagd deze stoornis te overleven zonder in het medische circuit te belanden.
Is rouw een ziekte? Nee, ik laat me niets wijsmaken. Wie rouwt heeft troost nodig, geen therapie.[18]

[1] Richard G. Tadeschi & Lawrence G. Calhoun, Helping bereaved parents. A clinicians guide. Brunner-Routledge, New York and Hove 2004. Blz. 33.
[2] Eindhovens Dagblad 18-8-2009
[3] Holly G. Prigerson, et al., Prolonged Grief Disorder: Psychometric Validation of Criteria Proposed for DSM-V and ICD-11. In: PLoS Medicine, www.plosmedicine.org, August 2009, Vol. 6, Issue 8, e1000121.
[4] American Psychiatric Association, Diagnostic Statistical Manual of Mental Disorders, 5th Edition (DSM-V); World Health Organisation (WHO), International Classification of Diseases and Realted Health Problems, Eleventh Revision (ICD-11).
[5] Eindhovens Dagblad 18-8-2009.
[6] Aloisia, PGD: what??? In: PLoS Medicine, 19 August 2009, Vol. 6, Issue 8, comments.
[7] Eke Vriens, Psychische stoornis? In: Eindhovens Dagblad 20-8-2009
[8] Holly G. Prigerson and Selby C. Jacobs, Traumatic Grief as a Distinct Disorder: A Rationale, Consensus Criteria, and a Preliminary Emperical Test. In: Margaret S. Stroebe, Robert Hansson, Wolfgang Stroebe, and Henk Schut (Ed.), Handbook of Bereavement Research. Conse-quences, Coping, and Care. American Psychological Association, Washington D.C. 2004. Blz. 613-637 (1e druk 2001)
[9] George Hagmann, Beyond Decathexis: Toward a New Psychoanalytic Understanding and Treatment of Mourning. In: Robert A. Neimeyer (Ed.), Meaning Reconstruction and the Experience of Loss. American Psychological Association, Washington D.C. 2003. Blz. 19.
[10] Dennis Klass, Phyllis R. Silverman, and Steven L. Nickman (Ed.), Continuing Bonds. New Understandings of Grief. Talor & Francis, Philadelphia P.A. 1996.
[11] J. William Worden, Grief Counseling and Grief Therapy. A Handbook for the Mental Health Practitioner. Fourth Edition. Springer Publishing Company, New York 2009. Blz. 50. (Task IV: To Find an Enduring Connection With the Deceased in the Midst of Embarking on a New Life).
[12] J. William Worden, Grief Counseling and Grief Therapy. Blz. 137.
[13] Kay Talbot, What Forever Means After the Death of a Child. Brunner-Routledge, New York 2002. Blz. 55.
[14] Therese A. Rando, Treatment of Complicated Mourning. Research Press, Champaign, Illinois 1993. Blz. 630.
[15] Therese A. Rando, Treatment of Complicated Mourning. Blz. 146.
[16] Dr. Arthur Freese, Kom niet aan mijn verdriet. Uitgeverij Helmond, Helmond 1977. Blz. 121.
[17] Simon Shimshon Rubin, Ruth Malkinson, and Eliezer Witztum, Clinical Aspects of a DSM Complicated Grief Diagnosis: Challenges, Dilemmas, and Opportunities. In: Margaret S. Stroebe, Robert O. Hansson, Henk Schut, and Wolfgang Stroebe (Ed.), Handbook of Bereavement Research and Practice. Advances in Theory and Intervention. American Psychological Association, Washington DC 2008. Blz. 198.
[18]Wim ter Horst, Over troosten en verdriet. Kok, Kampen 200410. Blz. 27.

29 October 2009
By on 13:37